dinsdag 5 juni 2007

Het vak gaat naar de filistijnen

Meijs maakt zich, samen met haar club Beter Onderwijs Nederland, grote zorgen. Ze zijn niet de enigen. BON bestaat pas een jaar maar heeft nu al 6000 leden.

- U bent 66. Ga toch lekker op vakantie!
Ik heb het onderwijs af zien zakken door al die zogenaamde onderwijsvernieuwingen. Kijk, hier ligt al een ingezonden brief van mij aan BN/DeStem uit 1991. Maar het is altijd moeilijk om kritiek te hebben als je op een school werkt. Daar zit een schoolbestuur niet op te wachten. Ik kan nu eindelijk mijn mond open doen. Het moet! Als er niets gebeurt gaan mensen met geld straks hun eigen privé-scholen beginnen en lopen allochtone kinderen straks op straat."

- Wat is er mis, volgens jullie?
"Basisscholen zijn vanaf 1985 meer in de breedte gaan werken en minder in de diepte. Engels, seksuele voorlichting, fietslessen. Er komt van alles bij... Er is bijna geen tijd meer om een kind hardop te laten lezen. Een kind leert op de basisschool onvoldoende basisvaardigheden lezen, schrijven, rekenen en taal doordat de onderwijzers van nu die zelf niet beheersen. Zestig procent van de huidige Pabo-studenten kan zelf onvoldoende spellen en rekenen, is uit onderzoek gebleken."

- Hoe erg is het?
"Erg! De generatie die nu op de basisschool zit, gaat zo verloren. Overdreven? Als ik een lezing geef, krijg ik zoveel herkenning in het land. Er is te weinig ruimte om goed les te geven. Onderwijzers moeten veel te veel administreren. Er wordt bezuinigd op conciërges. Hoogbegaafde en minder begaafde kinderen komen al helemaal niet aan bod."

- Het gros van de BON-leden is veertig plus, zegt u zelf. Misschien te oud om in te schatten dat deze tijd andere vaardigheden vraagt?
"Assen is nog steeds de hoofdstad van Drenthe en we moeten nog steeds kunnen lezen en rekenen. Nu is het zo dat slimme kinderen vaak beter kunnen rekenen dan hun onderwijzer."

- De onderwijzers van nu deugen niet?
"Die vraag is zwart-wit maar in feite hebben ze niet genoeg bagage om hun vak uit te oefenen vanwege de slechte opleiding die ze hebben gekregen. "

- Daar zegt u nogal wat!
"Je ziet het toch aan de resultaten? Ik hoorde van een pabo-studente dat ze nog geen sollicatiebrief kan schrijven. Het Nieuwe Leren op de pabo is een kennisvijandige ideologie. De gedachte is: wat er in zit, komt er vanzelf wel uit. Als jij bij je derde herkansing met een 6- slaagt voor je taaltoets, is dat niet voldoende om kinderen op de basisschool te leren spellen."

- Voorbeelden?
"Ik geef steeds meer bijlessen aan kinderen die niet fatsoenlijk kunnen rekenen en spellen. Komt hier een kind met de diagnose discalculie. Onzin! Het rekenen was haar niet goed geleerd. Geeft een pabo-student een les over de Tweede Wereldoorlog. Krijgt ze een vraag over de Eerste Wereldoorlog. Zegt ze: "Was er dan een eerste?" Vorige week zat ik met pabo-studenten in de tuin. Twee ervan zijn geen les gaan geven. Ze zeiden: wij zijn niet goed toegerust. Er gaan slechte havisten naar de Pabo, en SPW-ers. Die mensen komen over vijf jaar het onderwijs in, als het grote tekort ontstaat. Een ramp! Als er niets gebeurt wordt Nederland een ontwikkelingsland."

- Al die mensen die nu voor de klas onze kinderen staan te onderwijzen, zullen dit niet leuk vinden.
"Niet iedereen heeft zelfinzicht. Maar ik krijg veel herkenning als ik hierover praat. Er moet iets gebeuren. Lesgeven is een vák en daarvan moet je de basiskennis beheersen. Toen ik van de Rijkskweekschool kwam, waren er ook slechte leraren. Maar we beschikten wél over de basiskennis."

- Dat Nieuwe Leren van de Pabo zit u echt dwars, hè?
"Nieuwe leren? Dat zijn de nieuwe kleren van de keizer. Het gaat niet meer om wat je weet, maar om wat je op kan zoeken. Dat kán niet voor mensen die les moeten geven. Dit is minachting van het vak. Als je een vak op deze manier neerzet, dan gaat alles wat ambitie heeft iets anders doen. Terwijl het zo'n prachtig vak is! Het is zo mooi om kinderen dingen te leren."

- Onderwijzers weten volgens u dus niet genoeg en ze moeten teveel. Wat moet er dan gebeuren?
"De opleidingseisen moeten drastisch omhoog op de pabo. Niet langer drie herkansingen voor een taaltoets, maar goede criteria. Onderwijzers moeten beter worden betaald. Ze moeten worden bijgeschoold op de basisvaardigheden. Beginnende leerkrachten moeten beter begeleid. Geef meer geld aan basisscholen, maar niet vrijblijvend! Ook geen vrijblijvende A- tjes en C-tjes meer. Kinderen moeten weer echte cijfers krijgen."

Intervieuw met Jeanet Meijs in de BN de stem van 5 juni 2007

Wij zijn vóór duidelijke verslaggeving naar ouders, maar dat hoeven niet persé cijfers te zijn. Verder zijn wij het volledig eens met de mening van Jeanet Meijs.

zondag 20 mei 2007

Basisonderwijs gaat voor verbetering

Van Dam zette de resultaten van de 32 Periodieke Peilingen van het Onderwijsniveau (PPON) die toetsinstituut Cito sinds 1986 gehouden heeft, op een rij. Hij constateert dat bij alle vakken de prestaties onvoldoende zijn.
bron het Reformatorisch Dagblad van 24 april jl.



Van Dam is de 1e die aangeeft hoeveel de resultaten in het bao achterblijven. Heeft hij in dit onderzoek rekening gehouden met de kinderen die door WSNS op de basisschool zijn gebleven?

Het primair onderwijs probeert kinderen met oa leerproblemen zoveel mogelijk op de basisschool van goed onderwijs te voorzien, krijg je weer kritiek omdat de resultaten achterblijven.

Laat van Dam nou eens gaan onderzoeken WAARDOOR die onvoldoendes komen. Komt het door de WSNS kinderen? Wordt er te veel of te weinig gedifferentiëerd? Komt het doordat een grote groep kinderen (door afschaffing van de 1 oktober maatregel) te jong van school afgaan? Komt het door het realistische rekenen en doordat 't kofschip niet meer wordt gebruikt? Zijn leerkrachten onvoldoende opgeleid om goed onderwijs te geven? Zijn kinderen sinds 1987 dommer geworden of zijn de klassen te groot in combinatie met kinderen die meer aandacht nodig hebben?

Waarom wordt er nooit gekeken naar het waarom?

Wanneer we het WAAROM weten, dan kunnen we gaan naar oplossingen. Kinderen en leerkrachten hebben er namelijk recht op goed onderwijs te kunnen geven of te ontvangen.

donderdag 30 november 2006

LUMPSUM en verzelfstandiging

In een interview werd gevraagd naar mijn mening over verzelfstandiging.

Hoe kijk jij aan tegen de verzelfstandiging?, vraag ik aan June Schram, intern begeleider op ’t Winterkoninkje. Leuk om die vraag te beantwoorden, reageert ze spontaan. ‘Eerlijk gezegd ben ik niet blij met alle verzelfstandigingen in de maatschappij en ook met deze niet. Het lijkt wel leuk om zelf met je geld te kunnen omgaan, maar je moet wel genoeg geld hebben.

Ik ben bang dat we straks voor de keus gesteld worden speciale accenten (bij ons bv. dyslexie) in stand te houden ten koste van het standaard aanbod. Dat we moeten bezuinigen op schoonmaak of geen oudere leerkrachten meer aannemen, die juist zoveel kennis inbrengen.’ June verwacht dat het op langere termijn niet goed zal gaan: ‘Onderwijs is geen kruidenierszaak, ik wil IB-werk blijven doen en me dus niet bezig houden met wie de goedkoopste orthopedagoog is.

Wat denk je dat jij en je collega’s zelf eraan kunnen doen om het goed te laten gaan?, vraag ik haar. ‘Blijven vasthouden aan de essentie waar we voor staan’, komt er zonder aarzelen uit. ‘Dus kiezen voor kwaliteit en duurzaamheid, het geld op een stabiele manier inzetten, ook als dat niet de goedkoopste keuze is. En waken voor grillige beslissingen!’

June heeft zich niet gerealiseerd dat het nieuwe bestuur, anders dan het stadsdeelbestuur nu, geen andere belangen dan onderwijs hoeft af te wegen. ‘Dat maakt wel verschil. Als ze maar goed luisteren naar de scholen, dat is het allerbelangrijkste!’

Ook Arthur Linneman, leerkracht op de Narcis Querido, heeft het niet zo op met de verzelfstandiging. Maar zegt hij onmiddellijk, het is vooral het onbekende dat op ons afkomt, een gevoel dus. Ik zou er meer over moeten weten om te kunnen zeggen wat ik ervan vind. Wat ik erover lees geeft me geen duidelijkheid, het is te ingewikkeld, ambtelijke taal. ’Het zal allemaal wel, denk ik dan. Ik heb behoefte te horen wat er concreet gaat gebeuren, een planning van wat we kunnen verwachten. Voor de toekomst vind ik vooral van belang wat er in de praktijk op de werkvloer op je afkomt, praktisch inspelen op de toekomst en daarin meegaan. Wat komt er terecht van de samenwerking van de scholen, waar al jaren over gesproken wordt?’

Noot van de projectleiding: In november wordt zowel aan alle ouders als aan alle personeelsleden van de scholen een uitgebreide informatiebrief gestuurd, waarin wordt duidelijk gemaakt dat op de scholen zelf voorlopig weinig van de verzelfstandiging te merken zal zijn. Het is en blijft een bestuurlijke operatie: moge het onderwijs op de scholen daar nú zo min mogelijk last en op termijn zoveel mogelijk profijt van krijgen!

bron West Binnen de Ring NIEUWSBRIEF nummer 6, november 2006

Verzelfstandiging - Liberalisering - Privatisering

De huidige stand van zaken is, dat we er financieel op achteruit zijn gegaan.

donderdag 19 oktober 2006

Kleinere klassen, salarisverhoging en minder managers!

Onderwijspersoneel vindt dat klassenverkleining en salarisverhoging de belangrijkste prioriteiten bij investeringen in het onderwijs. Dat blijkt uit de enquête van de Algemene Onderwijsbond die in het kader van de actie Onderwijsakkoord 2006 onder ruim 2400 mensen werd gehouden.
Bron Beter Onderwijs Nederland

MAAR JA, WAT WETEN ONDERWIJZERS ER NOU VAN!

zaterdag 16 september 2006

Gewone leraren zijn minder slim dan managers

Ingediend door janwin

Ik werd verzocht als gewoon docent een vergadering over ons accreditatietraject mee te maken. De vergadering zou tot 12:30 duren, maar liep uit. Ik moest om 12:30 les geven en zei toen: "sorry, ik moet weg, ik moet werken". Verbazing alom en één bobo merkte op: "werken, daar heb je toch anderen voor".... Zeer illustratief...

Mijn manager had twee maanden geleden het ontwerp van haar zelfevaluatie-rapport ter inzage gegeven. O, wat deden we het geweldig: tutoren, mentoren, assessoren, navigatoren en nog veel meer "...oren". Ik vroeg toen: ben ik niet meer de moeite van het noemen waard?
Hoezo? Nou, gewone docenten worden in jouw rapport helemaal NIET genoemd. O sorry, ja da's waar ook, helemaal vergeten.

Ach bij onze HBO-instelling is docent zo'n beetje het laagste wat je tegenwoordig nog kunt bereiken. Als je manager bent, ben je pas belangrijk!

Bron BON forum

SCHANDE!!!!!!!!! PURE SCHANDE!!!!!!!!

zaterdag 2 september 2006

Onderwijsraad vraagt om waardering voor de leraar

Beloon de leraar
Goede leraren moeten meer verdienen, vindt de Onderwijsraad. Anders lopen ze weg.

Geef leraren de mogelijkheid te groeien binnen het vak en betaal hen daar ook voor. Dat is de eerste aanbeveling die de Onderwijsraad doet in het advies Waardering voor het leraarschap dat afgelopen donderdag aan de Kamer is aangeboden. Nergens in het rapport valt de term ‘beloning naar prestatie’ maar dat is duidelijk wel wat de raad bedoelt. Scholen zouden het salaris van de individuele leraar moeten bepalen op basis van kennis, coachende vaardigheden en didactische kwaliteiten.

Ook adviseert de raad niet terughoudend te zijn met bonussen voor leraren in vakken waar (tijdelijk) een tekort bestaat en als middel voor het opvullen van “vacatures in de Randstad of in het vmbo”. Op dit moment is opklimmen en meer gaan verdienen in het onderwijs eigenlijk alleen mogelijk door de klas of zelfs de school uit te gaan. Leraren die willen groeien, worden schoolleider, leerplanontwikkelaar of consultant. Jonge leraren – vooral jonge academici– houden het bovendien steeds vaker na een paar jaar voor gezien en verdwijnen helemaal uit het onderwijs. Met de vergrijzing op komst is dit een extra groot probleem. Op dit moment is 40 procent van de leraren in het voortgezet onderwijs ouder dan 50 jaar, 20 procent is ouder dan 55.

Bron NRC van 2 september 2006


Waarom verdwijnen jonge leraren na een paar jaar volledig uit het onderwijs?

Waarschijnlijk omdat ze al snel in de gaten hebben dat leerkrachten eigenlijk NIETS te vertellen hebben in het onderwijs. Ze moeten uitvoeren wat bedacht is door managers en beleidsmakers. Deze mensen verdienen altijd meer dan de "simpele" leerkracht. Momenteel zitten mijn kinderen op een middelbare school met in iedere klas ongeveer 30 leerlingen!!!!!!! Ga er maar aan staan, iedere 50 minuten weer 30 nieuwe pubers. We horen voor deze mensen een standbeeld op te richten. Minder managers, kleinere klassen, meer zeggenschap over het onderwijs en een beter salaris. Pas dan zullen de jonge leraren niet vroegtijdig afhaken.

Als er al mensen zonder klas in het onderwijs moeten rondlopen, dan dienen al hun activiteiten een bijdrage te leveren aan de lastenvermindering van de leerkracht. Wanneer nl. de leerkrachten GEEN onderwijs meer geven, hebben een heleboel mensen in kantoortjes, met een secretaresse en een watermachine, NIETS meer te doen. Een schande!!!!!!!!!!

donderdag 8 december 2005

Leraren opleiden in de school

In een persbericht dat de onderwijsraad heeft verstuurd las ik;

Steeds meer scholen willen een rol spelen in het opleiden van leraren. Niet alleen om hiermee in te kunnen spelen op een toekomstig tekort aan onderwijzend personeel, maar ook met het oog op de innovatie van het eigen onderwijs. Om de kwaliteit van de opleiding én de arbeidsmobiliteit van de toekomstige leraar te kunnen garanderen is het noodzakelijk de voorwaarden te formuleren waaraan het opleiden in de school moet voldoen. Dat stelt de Onderwijsraad in zijn advies Leraren opleiden in de school, dat vandaag wordt aangeboden aan minister Van der Hoeven van Onderwijs.
Ik zou dan eigenlijk naam en toenaam of rang willen horen, wie er in dit onderzoek dat hebben gezegd, want ik kan me niet voorstellen dat er scholen of medewerkers daarvan onvoorwaardelijk een soort PABO willen worden. Er wordt in dit soort rapporten 'waarschijnlijk' selectief geshopt in uitkomsten van onderzoeken om een beeld te scheppen die men, om logische redenen, wil rapporteren.

Men speekt over 6 voorwaarden;
  1. Er is een deskundige opleidingsfunctionaris in de school,
  2. Studenten krijgen de gelegenheid ervaring op te doen in gevarieerde onderwijs-Situaties,
  3. Opleiden in de school is structureel verankerd in het personeels- en opleidingsbe­leid van de school,
  4. De vakinhoudelijke competentie is stevig verankerd in het schoolgebonden oplei­dingstraject,
  5. Opleidingsschool en lerarenopleiding werken intensief samen,
  6. De afsluiting van het opleidingstraject is transparant en de beoordeling is onaf­hankelijk.
In de 6 voorwaarden waar over wordt gesproken hoor ik niets over compensatie van de nadelige gevolgen voor de leerkracht noch voor de leerling daarvan.

Natuurlijk is het goed om leraren gedeeltelijk ook in de praktijk op te leiden. Daar zal in beginsel niemand tegen zijn. Het moet alleen gezegd dat de tijd en aandacht die een leerkracht aan de PABO student moet geven, niet aan de leerlingen in de klas kan besteden. Dat gaat dus, zonder compensatie, ten koste van de leerlingen.

Integrale tekst van dit stuk van de onderwijsraad, en de reactie van Minister van der Hoeven.