donderdag 8 december 2005

Leraren opleiden in de school

In een persbericht dat de onderwijsraad heeft verstuurd las ik;

Steeds meer scholen willen een rol spelen in het opleiden van leraren. Niet alleen om hiermee in te kunnen spelen op een toekomstig tekort aan onderwijzend personeel, maar ook met het oog op de innovatie van het eigen onderwijs. Om de kwaliteit van de opleiding én de arbeidsmobiliteit van de toekomstige leraar te kunnen garanderen is het noodzakelijk de voorwaarden te formuleren waaraan het opleiden in de school moet voldoen. Dat stelt de Onderwijsraad in zijn advies Leraren opleiden in de school, dat vandaag wordt aangeboden aan minister Van der Hoeven van Onderwijs.
Ik zou dan eigenlijk naam en toenaam of rang willen horen, wie er in dit onderzoek dat hebben gezegd, want ik kan me niet voorstellen dat er scholen of medewerkers daarvan onvoorwaardelijk een soort PABO willen worden. Er wordt in dit soort rapporten 'waarschijnlijk' selectief geshopt in uitkomsten van onderzoeken om een beeld te scheppen die men, om logische redenen, wil rapporteren.

Men speekt over 6 voorwaarden;
  1. Er is een deskundige opleidingsfunctionaris in de school,
  2. Studenten krijgen de gelegenheid ervaring op te doen in gevarieerde onderwijs-Situaties,
  3. Opleiden in de school is structureel verankerd in het personeels- en opleidingsbe­leid van de school,
  4. De vakinhoudelijke competentie is stevig verankerd in het schoolgebonden oplei­dingstraject,
  5. Opleidingsschool en lerarenopleiding werken intensief samen,
  6. De afsluiting van het opleidingstraject is transparant en de beoordeling is onaf­hankelijk.
In de 6 voorwaarden waar over wordt gesproken hoor ik niets over compensatie van de nadelige gevolgen voor de leerkracht noch voor de leerling daarvan.

Natuurlijk is het goed om leraren gedeeltelijk ook in de praktijk op te leiden. Daar zal in beginsel niemand tegen zijn. Het moet alleen gezegd dat de tijd en aandacht die een leerkracht aan de PABO student moet geven, niet aan de leerlingen in de klas kan besteden. Dat gaat dus, zonder compensatie, ten koste van de leerlingen.

Integrale tekst van dit stuk van de onderwijsraad, en de reactie van Minister van der Hoeven.

vrijdag 2 september 2005

Leraren werven

Er dreigt een tekort aan leraren. Meer docenten verlaten het onderwijs dan de jaarlijkse aanwas van nieuwe docenten.

Minister van der Hoeven van Onderwijs is daarom begonnen met een wervingscampagne voor nieuwe docenten. De bonden denken dat de minister kan werven wat ze wil, eerst moet er meer geld worden vrijgemaakt voor salarissen, anders dreigt het hele project op een fiasco uit te draaien.

Bron Planet nieuws van 2 september 2005

Dat er meer geld voor salarissen moet worden vrijgemaakt lijkt me duidelijk. De AOB heeft daarin gelijk. Je kan het vak van leraar niet leuker maken door het er leuk uit te laten zien in een reclame spotje. Het wordt er beter op als het geld wat er in die campagne wordt gestoken direct naar het onderwijs gaat.

maandag 22 augustus 2005

donderdag 2 september 2004

Kind in kleine klas presteert niet beter

Dat een kleine klas beter is dan een grote, klinkt heel logisch. Maar dat is het niet, ontdekte Elvira Annevelink. Ze promoveerde vorige week bij de faculteit Gedragswetenschappen op een onderzoek naar de effecten van klassenverkleining. 'Een positief effect op de prestaties van leerlingen is nauwelijks aantoonbaar.'

Bron Weekblad van de Universiteit Twente van 2 september 2004

Extra formatie en taalprestaties in groep 1 van het primair onderwijs Elvira Annevelink, Roel Bosker, Simone Doolaard

Mevrouw E. Annevelink heeft alleen maar de leerjaren 2,3 en 4 onderzocht. Waarom heeft ze geen onderzoek gedaan naar de andere leerjaren? In haar onderzoek heb ik daar geen motivatie voor kunnen vinden. Verder noemt mevrouw E. Annevelink de groep met 20 of 21 leerlingen de medium groep. In het onderwijs noemen we dit een hele kleine groep. In het onderzoek onderscheidt E. Annevelink nl. de volgende groepsgrootte:

Kleine groep = 10 tot 19 leerlingen.

Medium groep = 20 of 21 leerlingen.

Grote groep = 22 of meer leerlingen.

Extra handen = 22 of meer leerlingen en in minimaal 40% van de lestijd (dus niet schooltijd), inzet van extra handen.

Ik zou bijna willen zeggen, doe mij maar een GROTE GROEP met 22 leerlingen. Ongelofelijk wat een populistisch onderzoek. Opvallend is dat de samenvatting die zij geeft over haar onderzoek (er is nauwelijks positief effect zichtbaar op de prestaties van kinderen in kleine klassen) in tegenspraak is met de conclusie. In de conclusie schrijft mevrouw Annevelink nl. dat bij zwakkere en gemiddelde leerlingen de leerwinst groter is naarmate het aantal leerlingen in de groep afneemt. Ook zegt zij dat de mogelijkheid van differentiatie afneemt in medium- en grote groepen. Dus wanneer door WSNS, SBO-kinderen en rugzakleerlingen op de basisschool blijven, zal er meer gedifferentieerd moeten worden. Wil je voldoende leerrendement, dan moet dat dus in kleinere groepen. Om ons aan te passen aan de terminologie van mevrouw Annevelink zeggen wij: Doe ons op alle scholen en in alle klassen MEDIUM groepen!!!!!!!!!!!

IOWO Radboud Universiteit Nijmegen

Afbeelding: mevrouw E. Annevelink

zondag 6 juni 2004

Kleinere klassen werken beter

Nico Hirtt schreef op 6 juni 2004 het volgende;

De meerderheid van de leerkrachten zijn ervan overtuigd dat leerlingen beter werken en betere resultaten halen in kleine klassen. Nochtans wint sinds enige jaren de mening veld dat het aantal leerlingen per klas nauwelijks invloed zou hebben op de kwaliteit van het onderwijs. Is deze stelling begrijpelijk - hoewel weinig geloofwaardig - in de mond van politici die bezuinigingen willen rechtvaardigen, ze wordt verontrustender als ermee wordt gezwaaid door onderwijswetenschappers of door militanten van pedagogische bewegingen.

Lees het volledige artikel.

dinsdag 2 april 2002

Laat bedrijven scholen beheren...

De ministers Hermans (Onderwijs) en Zalm (Financiën) willen scholen en gemeenten de mogelijkheid geven het ontwerp, de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen uit te besteden aan bedrijven. Op die manier willen de ministers iets doen aan de grote lokalentekorten in het onderwijs en de slechte staat van veel schoolgebouwen.
Bron NRC van 2 april 2002

Tekorten oplossen door er partijen aan toe te voegen die er geld aan moeten verdienen...of erger, waar wij op school reclame voor moeten maken.


Wat is privatisering nou voor een verbetering?? Kan iemand mij vertellen wie daar ooit beter van is geworden, behalve de mensen die er geld aan verdienen?

maandag 1 oktober 2001

Te hoge verwachtingen

interview in het maandblad J/M met June Arkenbout-Schram


‘Als een kind niet goed functioneert op school, menen ouders al snel dat wij er te weinig aan doen. Wij van onze kant denken natuurlijk dat we er álles aan doen.’ Leerkracht June Arkenbout herkent dit. ‘In het onderwijs doen we erg veel aan het vroegtijdig opsporen van leerachterstanden. En dat is goed, daar sta ik helemaal achter. Maar als je dan bijvoorbeeld aan de slag gaat met remedial teaching, betekent dat nog niet dat het kind uiteindelijk naar het vwo kan. Vroegtijdig signaleren schept verwachtingen, maar vaak zijn die niet haalbaar. Als wij het als school beter vinden dat een kind naar het speciaal onderwijs gaat, leidt dat vaak tot moeilijke gesprekken. Het zijn de ouders die uiteindelijk bepalen of een kind naar het bijzonder onderwijs gaat en ik begrijp wel ze dat niet willen. Ze willen dat hun kind bij zijn vriendjes kan blijven. Meestal hebben ze heel andere verwachtingen van hun kind. Maar wíj zien soms dat een leerling alleen maar meer faalangst krijgt en ongelukkiger wordt als hij moet doorgaan met een programma dat te hoog gegrepen is. Dan moet je proberen met de ouders op één lijn te komen. En leerkrachten hebben hetzelfde belang als ouders: dat het goed gaat met het kind. Dat vergeten ouders weleens.

Volgens Arkenbout staan ouders en school de laatste jaren steeds meer tegenover elkaar. ‘Er is zoveel negatieve berichtgeving over de onkunde van scholen en leerkrachten. Ouders denken dan al snel: klopt het wel wat de juf zegt en hoe weet ze dat eigenlijk ? Vroeger gaf je een cijfer en dat was heilig. Inmiddels moet je als leerkracht heel wat meer in huis hebben. Om geen fouten te maken moet je ongeveer orthopedagoog zijn.’

Maar leerkrachten moeten zich niet bedreigd voelen als een ouder meer kennis heeft over een bepaald onderwerp dan zij, vindt ze. ‘Er komen steeds nieuwe onderwerpen bij. Je kunt als leerkracht gewoon niet alles weten. Daarom pleit ik bovenal voor begrip voor elkaar.’

Arkenbout vindt dat ook de overheid verantwoordelijk is voor problemen binnen de school. ‘De overheid wist al jaren geleden dat er een tekort aan leerkrachten zou ontstaan. Nu pas doet zij er iets aan. Maar de manier waarop - zij-instromers aanstellen - vind ik verkeerd. Dan neem je het onderwijs niet serieus. Er mogen nu mensen zonder pedagogische opleiding voor de klas staan. Hoeveel vertrouwen kunnen ouders in zulke leerkrachten stellen? In hoeverre hebben die verstand van ADHD en dyslexie?’ Door het personeelstekort zullen de problemen tussen ouders en school alleen maar toenemen, denkt zij. ‘In plaats van naar de overheid te wijzen, wijzen ouders en school naar elkaar.’

bron J/M Ouders