Zoals WSNS een bezuinigingsmaatregel van het SBO is, is passend onderwijs een bezuinigingsmaatregel van het SO.
Officiële doelstelling passend onderwijs:
Ieder kind heeft recht op de beste kansen zo dicht mogelijk bij huis. Daarom moet de leerlingzorg in en om de school worden aangepast, zodat elk kind een passende plek in het onderwijs krijgt. Dit moet ervoor zorgen dat er geen kind meer thuis zit. Bij passend onderwijs staat de leerling centraal en wordt het aanbod waar nodig op hem/haar afgestemd.
Consequentie van deze doelstelling is dat er meer kinderen van cluster 4 scholen (daar is de groei het sterkst) binnen het reguliere onderwijs moeten blijven ( veel SBO scholen zijn immers al verdwenen).
In beide onderwijsvernieuwingen wordt budgetfinanciering toegepast. Dat betekent dat het geld niet de behoefte van het kind volgt, maar dat de behoefte van het kind beperkt wordt door een (te klein) vaststaand budget.
Daarvoor moeten een aantal maatregelen worden genomen:
Ieder regionaal netwerk moet 1 loket voor verwijzing inrichten (in Amsterdam is dat het VIA - Verwijzing - Indicatie - Advies).
In het algemeen overleg op 04-12-2008 zegt Sharon Dijksma hierover in de 2e Kamer het volgende:
"Scholen moeten bereid en in staat zijn om af te spreken dat een andere school een kind opvangt als de ene school dat niet kan. Daar is dus die loketvorming voor nodig. Dat is een spannend gesprek. Het betekent dat scholen af en toe ook voor elkaar moeten instaan of iets voor elkaar over moeten hebben.”
Om deze leerlingen op te kunnen vangen moet er in de toekomst meer gewerkt gaan worden met handelingsplannen. Ouders krijgen zeggenschap over de invulling van deze handelingsplannen. Ook zal er gewerkt gaan worden aan kwaliteitsontwikkeling van de leerkracht. Via coachingsgesprekken zullen leerkrachten de ondersteuning moeten krijgen die ze nodig hebben om met al deze verschillende kinderen om te gaan.
De rugzakgelden van de school zullen komen te vervallen.
Sharon Dijksma zegt hierover:
"Het schooldeel van de middelen uit de rugzak zullen toegevoegd worden aan de middelen van de samenwerkingsverbanden po en vo."
Bij WSNS worden de zorgmiddelen ook toegekend aan het samenwerkingsverband. De afgelopen jaren is gebleken dat de scholen slechts 1/5e deel van deze zorggelden ontvingen.
Volgens Sharon Dijskma wordt het passende onderwijs volledig Dijsselbloem-proof ingevoerd. De initiatieven uit "het veld" worden van harte toegejuicht. Ik ben eens gaan kijken welk initiatief onze school zou kunnen aanvragen. Helaas bleek dat er geen één te zijn. Slechts besturen of regionale netwerken mogen "deze veldinitiatieven" aanvragen.
Met andere woorden:
Straks heeft het reguliere onderwijs, minder geld maar wel overvolle klassen (gemiddeld 27,5 kinderen) met zowel SBO kinderen( moeilijk lerend en moeilijk opvoedbaar) als SO kinderen (zeer moeilijk lerend en zeer moeilijk opvoedbaar). De enige ondersteuning die leerkrachten daarbij zullen krijgen is coaching en advies. Wel zullen ze er extra taken bij krijgen: Het schrijven van handelingsplannen en extra overleg met ouders en andere instanties. Dit alles in een periode waarin het Amsterdamse onderwijs kampt met een tekort aan leerkrachten.
Wij zijn voor WSNS en wellicht kunnen sommige SO kinderen ook een passende plek in het reguliere onderwijs krijgen, maar dat is ONMOGELIJK in grote klassen. Wij zeggen dus "nee" tegen passend onderwijs. Eerst kleine klassen (max. 20) en dan kunnen we met elkaar gaan denken over passend onderwijs.
Wanneer je de volledige informatie wil krijgen over de feiten achter het "passend onderwijs"
stuur dan een mail naar de blog. Zie rechtsboven.
vrijdag 13 februari 2009
Passend onderwijs is een bezuinigingsmaatregel
Gepost door
Blogjune
om
10:16
0
reacties
vrijdag 19 september 2008
persbericht van de PO raad 16-09-2008
Ik las het volgende persbericht van de PO raad 16-09-2008
Investeren in onderwijs is preventie in jeugdzorg.
Op de nieuwe onderwijsbegroting is te weinig geld gereserveerd voor het primair onderwijs. Dit is niet in overeenstemming met het aantal leerlingen in deze sector. Daarbij is een goede basisopleiding de beste preventie in de jeugdzorg. De PO-Raad vraagt de regering om meer structurele middelen te reserveren voor het primair onderwijs, zodat daar een betere basis kan worden gelegd voor de verdere carrières van de kinderen.
In het basisonderwijs bevindt zich 45 procent van alle onderwijsdeelnemers in Nederland, terwijl op de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap slechts 32 procent van de onderwijsuitgaven naar deze sector gaan. Het geld is niet evenredig verdeeld, terwijl investeringen in het basisonderwijs voordeel oplevert voor de hele maatschappij: zoals het terugdringen van schooluitval, vermindering van laaggeletterdheid en het versterken van de aansluiting op de arbeidsmarkt.
In het primair onderwijs werken dagelijks meer dan 130.000 leraren aan de basisopleiding van ruim 1,5 miljoen leerlingen. Zij zorgen dat de meeste leerlingen voldoende bagage krijgen. Deze leerlingen kunnen een goede opleiding volgen en vinden daarna een passende baan. Er zijn echter nog teveel leerlingen, die deze weg niet vinden. Met extra investeringen kunnen scholen de weerbaarheid van deze leerlingen vergroten. Dit voorkomt latere problemen en mogelijk uitval.
De regering besteedt terecht veel aandacht aan de verbetering van het niveau van taal en rekenen. Maar een werkelijke kwaliteitsverbetering vergt structureel meer middelen en niet de incidentele 'potjes' met geld die nu beschikbaar worden gesteld. Met incidentele middelen kunnen scholen niet op de langere termijn hun onderwijs inrichten.
De PO-Raad komt dit najaar met een notitie over de financiële achterstand van het basisonderwijs. De raad wil dat er recht wordt gedaan aan de omvang en het belang van de sector."
En dan gaat een groot gedeelte van die 32% ook nog eens naar adviseurs, commerciële bedrijfjes en beleidsmedewerkers.
Gepost door
Blogjune
om
10:47
0
reacties
vrijdag 29 augustus 2008
Gemiddeld 27,5 kinderen in een Nederlandse klas
In een brief aan de Tweede Kamer (d.d. 25 augustus 2008, kenmerk PO/46491) geeft Sharon Dijksma de volgende feiten:
In Nederland zijn:
6.900 basisscholen, daarin geven
142.000 mensen les aan
1.500.000 leerlingen.
Er zitten per school gemiddeld:
220 leerlingen verdeeld over
8 groepen
220 leerlingen verdeeld over 8 groepen = gemiddeld 27,5 leerlingen per groep
Volgens het ministerie hoeven de klassen niet kleiner, omdat zij (volgens hen) al kleine klassen subsidiëren. (De groepen 1 t/m 4 worden gesubsidieerd op basis van 21 leerlingen. De groepen 5 t/m 8 op basis van 27,7 leerlingen) Dit maakt een gemiddelde van 24,35 leerlingen per groep. Nu blijkt uit hun gegevens dat ze zich in slaap sussen met foute informatie. Een gemiddelde van bijna 27,5 kinderen in een klas is NIET klein.
Gepost door
Blogjune
om
07:37
1 reacties
maandag 30 juni 2008
zorgbreedteoverleg
Met de komst van passend onderwijs en de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) wordt met ingang van het schooljaar 2008/2009 het zorgbreedteoverleg (zbo) verplicht in Amsterdam. Dat zbo moet voldoen aan een vastgesteld stedelijke standaard.
De verantwoordelijkheid en organisatie voor het opzetten van zorgbreedteoverleggen ligt bij de school. Zij krijgen hiervoor geen extra uren.
Het schoolbestuur heeft van het stadsdeel de verantwoordelijkheid gekregen er voor te zorgen dat de zbo's ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Doel van deze zbo's is een goede begeleiding van kinderen met specifieke zorgvragen, de kennis van de verschillende betrokkenen moet worden gedeeld en het moet duidelijk zijn wie de zorg coördineert. Het zbo komt minimaal 6x per jaar bijeen. Vaste deelnemers zijn directie, interne begeleider, leerplichtambtenaar, schoolmaatschappelijk werkster, schoolarts of verpleegkundige en andere externe partners naar behoefte.
Wij hebben de volgende punten van kritiek:
- De school krijgt er een taak bij, terwijl daar geen vergoeding tegenover staat (per saldo blijft er dus minder tijd over voor de kinderen). Het is vreemd dat het gemeentebestuur een "verplichte" taak oplegt aan mensen van wie de uren grotendeels door leerkrachten worden opgebracht. Alle andere betrokkenen ontvangen overigens wel geld voor het bijwonen van de zbo's.
- Vanwege de privacywetgeving mag (zonder toestemming van de ouders) geen informatie aan de school worden verstrekt. De doelstelling "informatie uitwisselen" heeft voor de school dus geen meerwaarde.
- Zolang BJAA nog geen orde op zaken heeft gesteld, lijkt mij samenwerking met deze instelling weinig vruchtbaar en zeer frustrerend (ik spreek uit ervaring).
Voor veel mensen lijkt de school een bodemloze put waar je steeds meer taken kan neerleggen. Wanneer op een boekenplank plaats is voor 150 kg boeken, begrijpt iedereen dat bij meer gewicht aan boeken een nieuwe boekenplank geplaatst moet worden anders valt de hele plank op de grond. Zo is het ook met goed onderwijs en onderwijzend personeel. Wanneer je zonder middelen meer taken opgelegd krijgt, zal dit ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs. Wij proberen al een tijdje de grens aan te geven, maar daarin worden we met onze opmerkingen gezien als 'repeterende wekkers'. De enige manier om onze grenzen aan te geven is met zijn allen zeggen:
"Tot hier en niet verder!"
Gepost door
Blogjune
om
10:47
0
reacties
zondag 29 juni 2008
Pijlen terreur update
Dit pijlen overzicht probeert inzicht te geven, hoeveel geld er blijft hangen tussen OCW en het kind in de klas, hoeveel mensen iets “willen” van die onderwijzer en met hoeveel regelingen zij te maken hebben.
Nederland besteedt slechts 5 procent van het BBP aan onderwijs. Het gemiddelde van de OESO landen ligt boven de 6 procent (we hebben het dan over miljarden euro's verschil). Helaas bereikt ook nog eens een groot gedeelte van die 5 procent de scholen niet. Als je onderstaand pijlen overzicht ziet, snap je waar het geld blijft.
Klik op afbeelding
Fouten of aanvullingen op dit pijlen schema graag melden op de blog.
Vorige artikel op deze Blog.
Gepost door
Blogjune
om
17:31
1 reacties
maandag 9 juni 2008
manipuleren
Vrijdag 6 juni 2008 staat in de Volkskrant dat OCW 100 miljoen euro heeft bespaard vanwege het teruglopen van achterstandsleerlingen. Op 7 juni lees ik in een persbericht van OCW dat de daling van het aantal achterstandsleerlingen niet leidt tot besparingen. Sharon Dijksma gaat 70 miljoen euro inzetten voor taal- en rekenachterstanden bij achterstandsleerlingen.
Waar blijft die andere 30 miljoen?
Het teruglopen van de achterstandsleerlingen heeft vooral te maken met het feit dat het aspect etniciteit uit de definitie is verdwenen. Je hanteert een nieuwe gewichtenregeling en opeens zijn de achterstandsleerlingen gehalveerd (van 40 naar 20%).
Het opleidingsniveau van de ouders is nu bepalend en omdat volgens OCW het gemiddelde opleidingsniveau van de ouders steeg, bespaart de overheid nu 100 miljoen euro. (Ouders moeten zelf een formulier invullen waarop zij aangeven welk diploma zij hebben behaald. Analfabete ouders laten dat vaak na. Andere ouders schamen zich voor hun lage opleiding en geven daarom een te hoge opleiding op. Ook is het niet altijd duidelijk wat een buitenlands diploma waard is in Nederland)
In het persbericht zegt Sharon Dijksma dat de "daling" van het aantal achterstandskinderen niet tot besparingen leidt. Zij gaat, volgens het bericht, fors investeren in het taal- en rekenonderwijs van achterstandsleerlingen. Zij maakte begin dit jaar 70 miljoen euro vrij.
Scholen kunnen dit besteden aan bijvoorbeeld kleinere klassen, remedial teachers of de aanschaf van een nieuwe taalmethode.
Kijk en hier heb ik nou heel erg veel last van. Dat manipuleren. Zeg nou gewoon:"Sharon Dijksma bespaart 30 miljoen euro door het veranderen van de gewichtenregeling. Scholen mogen zelf weten hoe ze deze slag te boven komen. De klassen mogen groter, de remedial teacher mag weg of de scholen doen wat langer met hun verouderde taalmethode."
Ook staat er in dat persbericht dat de grote steden geen nadeel ondervinden van de invoering van de nieuwe gewichtenregeling.
Lieg niet.
Onze school wel.
Gepost door
Blogjune
om
07:58
1 reacties
vrijdag 9 mei 2008
Zorggelden WSNS
Ons (toen nog gemeente)bestuur heeft 14 jaar geleden besloten de invoering van WSNS uit te besteden aan het particuliere bedrijf OOG. Het geld (bedoeld om de zorgkinderen zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs te houden) mocht door OOG worden verdeeld. Met dit geld gingen zij (met goedkeuring van het bestuur) WSNS beleid maken. In het zorgplan staat ieder jaar een raamwerk van de begroting. Hoewel de (G)MR al enkele jaren vraagt om een meer uitgebreide begroting, kwam ik met de gegevens van het raamwerk toch tot de volgende schokkende ontdekking:
In het samenwerkingsverband West gaat slechts 1/5e deel van de zorggelden naar de scholen. 4/5e deel gaat op aan andere zaken.
Als de zorggelden direct naar onze school zou worden overgemaakt krijg je het volgende plaatje:
400 leerlingen x €136,82 zorggelden per leerling = € 54.728
Voor ongeveer € 50.000 kan je een jaar lang 1 leerkracht, 5 dagen per week met kinderen laten werken.
Van dit geld moet een zorgplatform/VIA in stand worden gehouden. Er gaat een gedeelte van de gelden naar het SBO, maar waar blijft nou precies de rest?
Hoewel wij vinden dat de Nederlandse politiek te weinig uitgeeft aan onderwijs ( BBP van Nederland aan onderwijs is 5%, tegen ruim 6% van het OESO gemiddelde), valt er wellicht ook geld richting de scholen te halen wanneer we met zijn allen eens wat meer vragen gaan stellen over de verschillende raamwerken/begrotingen. Wat gebeurt er nou precies met ons (toch al magere) onderwijsgeld?
Gepost door
Blogjune
om
07:53
0
reacties