vrijdag 28 september 2007

Persbericht wat de juf ervan vindt

Dit persbericht (en het uitgebreide "wat de juf ervan vindt") hebben we verstuurd naar minister Plasterk, Sharon Dijksma, bestuur West Binnen de Ring, de verschillende fracties in Den-Haag en de media.

WAT VINDT DE JUF ER VAN?

Goed onderwijs voor alle kinderen, ook die van het speciaal onderwijs, is makkelijk te organiseren. Dat zeggen twee leraressen van een Amsterdamse basisschool. Verklein de klassen per direct! “Gebruik het geld dat nu naar de ‘onderwijsadviseurs’ gaat. De meeste van hen zijn volstrekt overbodig,” menen zij.

Leraren blijken in de praktijk vaak deskundiger dan de dure expert. Maar de school moet verplicht met deze experts in zee. Waarom? “Het is schrijnend om te zien hoeveel geld uit de ‘onderwijspot’ er NIET naar de klas gaat. En wie heeft iets aan die loze adviezen? Geen kind profiteert ervan.”
Dit is een pleidooi om de expertise van professionele, goed opgeleide leraren serieus te nemen. Geef de juf de kans om met een normaal leerlingenaantal goed onderwijs te geven aan álle kinderen!

Deze juf kan en wil kinderen van het speciaal onderwijs die ‘weer samen naar school’ gaan graag les geven. “Ik ben een goede lerares. In mijn klas zitten 28 kinderen; 3 hebben een ‘rugzakje’ en 8 hebben andere leer- of gedragsproblemen. Per kind heb ik net iets meer dan 10 minuten de tijd per dag. Kinderen hebben recht op méér aandacht. De klas moet kleiner! En wég met de ‘workload’ van ongevraagd advies, zinloze ondersteuning en omslachtige procedures.”

Eindelijk de juf zélf aan het woord. De deskundige. Deze juf is gepassioneerd, houdt van het onderwijs en ziet kansen. Leest u in bijgaand artikel hoe zij worstelt met overbodige adviezen en zinloze gesprekken. Zij wil advies op maat en flexibele budgetten. En vooral: minder kinderen in de klas. Het kan. Makkelijk.

Wat de juf ervan vindt?



‘Ik kan en wil álle kinderen les geven. Ook die met een ‘rugzakje’. Maar de klas is als een kinderpartijtje met 10 vriendjes, we spelen ezeltje prik. Dan komt de buurvrouw en die vraagt of je ook nog even op haar gedragsgestoorde zoontje en de baby wil passen.‘

Geen geld voor kleinere klassen? ‘Onzin’, zegt de juf. ‘Het sterft van het geld in het onderwijs. Het wordt verdiend door de ‘adviseurs’.’


Pleidooi om expertise leraren serieus te nemen. Geef de juf de kans om met normaal leerlingenaantal goed onderwijs te geven aan álle kinderen.

Wat de juf ervan vindt?


Het wordt haar zelden gevraagd. Gek eigenlijk. We stellen ons een lerares voor op een Amsterdamse basisschool. Zij staat voor een grote groep juffen en meesters in de hoofdstad. Haar school staat in een buurt die door de huizenprijzen vanzelf al een prachtwijk aan het worden is. Echte achterstandskinderen zijn er niet veel meer. Een enkel kind heeft vanwege vele reizen in het buitenland en door de invloed van au pairs een kleine taalachterstand.

Pest in mijn lijf

Deze juf heeft 28 kinderen in de klas. 17 van hen gaan fluitend door het leven, van de anderen hebben er 3 een ‘rugzakje’ en 8 leer- of gedragsproblemen. Ze gaan ‘weer samen naar school’. Javier is autistisch, Sophie heeft spraak/taalproblemen, Maxim is slechthorend en Valerie heeft het syndroom van Down. Onze lerares is professioneel. Zij heeft een goede opleiding, veel ervaring en ze laat zich regelmatig bijscholen. Daarom kan ze goed lesgeven aan kinderen die voorheen op het speciaal onderwijs zaten. ‘Maar toch fiets ik vaak met de pest in mijn lijf naar huis,’ zegt ze stellig. ‘Ik weet dat ik een goede lerares ben en toch kan ik mijn kinderen niet het onderwijs geven dat ze verdienen.’

Het aantal leerlingen is haar grootste probleem. Met 28 leerlingen heeft ze per kind per half uur één minuut de tijd. Dat betekent elf minuten per dag per kind. Niet alleen de ‘rugzakjes’ hebben individuele aandacht nodig ook de andere kinderen. ‘De klas is als een kinderpartijtje met 10 vriendjes, we spelen ezeltje prik. Dan komt de buurvrouw en die vraagt of je ook nog even op haar gedragsgestoorde zoontje en de baby wil passen.‘

‘Ik heb een ervaring en expertise opgebouwd waarmee echt goed onderwijs voor alle kinderen mogelijk is in mijn klas. Maar met 10 minuten per kind red ik dat niet. Soms vind ik het zelfs stuitend voor kinderen die geen aandacht vragen. Die zitten soms ook in situaties, de ouders gaan bijvoorbeeld uit elkaar, dat ze wél aandacht nodig hebben.’

Juf heeft vaak meer expertise dan experts

De juf kent de situatie. Er is geen geld voor kleinere klassen. ‘Onzin’, zegt zij, ‘er is genoeg geld. Het wordt verdiend door de onderwijsadviseurs’. Wél onderwijs, níet voor klas. En dat zijn er veel. Minstens twintig! organisaties, procedures en experts houden de juf in het vizier, constant. En daar komen ze: methodes, adviezen, begeleiding, verplicht overleg, nieuwe procedures, verplichte zorgafspraken, verplichte voorschool, etc.

Heeft deze juf advies nodig? Begeleiding? Ondersteuning? Soms, vaak niet. Deze lerares is professioneel en heeft expertise. Maar ‘vraaggericht’ zijn deze organisaties niet. Voor iedereen geldt hetzelfde. Verplichte voorschool, ook al zijn er geen taalachterstanden. Verplichte begeleiding van ‘speciaal onderwijs’ kenners terwijl je daar zelf in bent geschoold. Verplichte dyslexiebegeleiding ver weg terwijl je die zelf wilt en kunt geven.

Met al haar ervaring wordt de juf vrijwel nooit gevraagd naar haar visie. ‘Een tekening geeft inzicht,’ zegt ze en ze laat het zien. ‘Kijk, hier sta ik. Zo’n twintig pijlen staan gericht op mij. Vice versa gaat er geen. Mijn expertise blijft in de klas. Per week zit ik een keer of zeven in een overbodig overleg. Dan hoor ik bijvoorbeeld hoe ik moet omgaan met iemand die doof is terwijl ik nou net degene ben die daar veel ervaring mee heeft. Voor sommigen is ondersteuning op zijn plaats. Maar de meeste collega’s willen liever advies op maat. En dan graag van iemand die meer weet dan zij. Gewoon, net zoals in elke ander normale werkomgeving. Je gaat de timmerman toch ook niet vertellen wat het verschil is tussen een kruiskop- en een gewone schroevendraaier?‘

De juf doet hier dus een pleidooi om haar expertise serieus te nemen en haar de kans te geven met een normaal leerlingenaantal de kinderen goed onderwijs te geven. Want het zijn per slot van rekening niet de minste problemen van de samenleving die zij geacht wordt op te lossen: Taalachterstanden, gebrek aan ontbijt, vetzucht, crimineel gedrag in de dop, moeilijk opvoedbare kinderen, oncapabele ouders, leren met een handicap. Zij is ook aangewezen om kinderen (en ouders) iets te leren over goed burgerschap, seksuele voorlichting, zwemles, fietsles, opvoeding, etc.

Geld adviseurs kan grotendeels naar de klas

De juf en de school mogen dus geen ‘nee’ zeggen tegen begeleiders en adviseurs. ‘Ik heb veel meer aan extra, goed geschoolde, krachten op school en aan minder kinderen in de klas.’ Een voorbeeld. In het ´rugzakje´ van de kinderen ´met iets´ zit geld. De ouders gaan over dat geld. De school krijgt een bedrag om vier keer per week en half uur met het kind aan de slag te gaan. Maar de ouders moeten een soortgelijk bedrag ook geven aan een ambulante begeleider. Die komt een half uur per week, maar doet vaak niets met het kind. Die observeert, adviseert en staat de ouders bij. In de praktijk is het niet gezegd dat deze ambulante begeleider meer dan de onderwijzer weet over ‘speciale-school kinderen’. ‘Ik vind het moeilijk om uit te leggen maar ik heb vaak niets aan deze begeleiders. En de ouders ook niet, die kunnen er zelfs onzeker van worden. Het wordt soms ‘wij’ tegen ‘zij’ terwijl noch de school, noch de ouders dat willen. Als een moeder bezorgd is omdat haar kind geplaagd wordt in de klas, dan is dat een normaal onderwerp tussen ouder en leraar. Die praten daarover en verzinnen samen een plan. Zo’n ambulante begeleider zit daar vaak tussenin te ‘rommelen’. ”Is er wel een pestprotocol,” vraagt de begeleider dan, “hoe gaat dat in andere gevallen,” of “welke rapportages heeft de school,” etc. Allemaal legitieme vragen aan een school, maar niet in dit gezelschap. Hier gaat het over dit kind en die heeft hier niets aan. De begeleider kan er weinig aan doen, het ligt aan het verplichte systeem, sommige ouders hebben een begeleider nodig, sommigen niet. Ik zou zo graag dit geld willen inzetten om meer aandacht aan dit kind te geven.’

Heb vertrouwen in de expertise van de juffen en meesters die carrière maken in de klas!’

Zo zijn er nog vele andere ‘adviseurs’ die ongevraagd tijd en inzet vragen van de leraar en die (wrang!) veel meer geld verdienen. “Heb ik een moment om te overleggen? En is de rapportage al onderweg? Is het werkplan voorschool al gemaakt? Is de methode X al uitgewerkt?” Mijn schaarse tijd staat onder hoge druk en leidt voor mijn klas nergens toe. In het voorbeeld van het kinderpartijtje staan de adviseurs van de kant druk te wijzen en te roepen hoe ik met de 12 feestende kinderen “lang zal ze leven” moet zingen en dat het nu tijd is voor de taart en vergeet ik de kaarsjes niet?’

Daar komt nog een ander aspect bij: De belofte van een carrière. ‘Naar mijn idee een onterechte belofte. Leraren kunnen carrière maken in de klas, of binnen de school. Je kunt heel goed worden. En het is niet gezegd dat de besten overstappen naar de overvolle ‘onderwijsadvies’ markt! Het geld van het gros van de adviseurs is, geloof mij, beter besteed in de klas.’
‘Waarom moeten wij een voorschool organiseren die veel geld opslokt terwijl het overbodig is? Waarom moet ik methodes gebruiken terwijl die op onze school niet van toepassing zijn? Waarom moet ik tijd vrij maken voor adviezen die voor mij niet relevant zijn?
Wij pleiten voor een ander systeem. Geef meer geld aan de school voor extra tijd en aandacht voor het kind. Snij de tussenlagen weg. Echt het kan. Laat de school zelf bepalen welke expertise zij inkoopt. Geef flexibele budgetten.
Heb vertrouwen in de expertise van de juffen en meesters die carrière maken in de klas!’


September 2007

maandag 24 september 2007

humor!