zaterdag 17 november 2007

Passend onderwijs

Net heb ik het beleidsstuk "uitwerking passend onderwijs kenmerk PO/ZO/07/26259 door S. Dijksma" gelezen.

Passend onderwijs is ontwikkeld om de kinderen die nu thuiszitten onderwijs te kunnen bieden.
De kern van passend onderwijs is dat de schoolbesturen vanaf 2011 de verantwoordelijkheid krijgen om voor elk kind een school binnen hun eigen bestuur (of in overleg bij een ander bestuur) te vinden. Geen kind zit straks meer thuis.
Helemaal mee eens. Echter, laten we even naar de reden van al deze veranderingen kijken:

Welke groep kinderen zit er voornamelijk thuis? Dat zijn vooral de kinderen met een (ernstige) autistische stoornis. Zij "horen" op een cluster 4 school (voor kinderen met gedrags en/of psychiatrische problematiek). Meestal gaat het met deze kwetsbare groep niet goed op een cluster 4 school waar ook gedragsmatig zeer moeilijke kinderen zitten. De ouders houden hun kinderen dan liever thuis. Veel ouders klagen hier (terecht over). De oplossing lijkt mij zo gevonden. Start een school, een klas voor kinderen met een (ernstige) autistische stoornis. Nee, het moet veel ingewikkelder. Die luie leerkrachten moeten maar eens aan het werk gaan.
Via allerlei ingewikkelde wetgeving bepalen straks de besturen en de samenwerkingsverbanden het onderwijs aanbod. Leerkrachten worden in het hele stuk NIET genoemd en worden nauwelijks gehoord. Deze mensen zijn straks belast met de uitvoering, maar er wordt hen niet gevraagd wat ze nodig hebben om dit te kunnen realiseren. Zij hebben nergens rechten, maar zijn wel de enigen die straks "passend onderwijs" moeten verzorgen. Ons bestuur heeft net een SBO school opgeheven om er zeer waarschijnlijk een expertisecentrum voor in de plaats te zetten. WIJ WILLEN GEEN EXPERTISECENTRUM, WIJ WILLEN KLEINERE KLASSEN.
Maar boven alles willen wij als leerkrachten zeggenschap over de invulling van het zorgaanbod. In de wet is geregeld dat ouders, besturen en samenwerkingsverbanden zeggenschap hebben. Leerkrachten hebben dat alleen via hun directeur of middels een klein stemmetje in de GMR.

In de 12 bladzijden "uitwerking passend onderwijs" komt het woord "onderwijzend personeel" 1 keer voor. Namelijk in het slotstuk van Mevrouw Dijksma. Zij zegt dan:"Ik hoop dat de landelijke organisaties voor bestuur, ouders en onderwijzend personeel bereid zullen zijn om de invoering van passend onderwijs in de komende periode te ondersteunen."
Dus de leerkrachten worden nauwelijks gehoord, hebben nauwelijks inspraak, moeten het straks allemaal uitvoeren en dan "hoopt" mevrouw Dijksma nog dat wij bereid zullen zijn om de invoering van passend onderwijs te ondersteunen. Wat zal ze zelf denken?

June Schram

zondag 11 november 2007

Feiten over Ambulante Begeleiding vanuit het REC

De afgelopen maanden hebben wij meerdere keren gesproken met de ambulant begeleiders en de coördinatoren van de verschillende REC's. Daaruit bleek dat de hulpvraag van onze school een andere was/is dan de meeste ambulant begeleiders kunnen/willen bieden. Na een paar stroeve gesprekken met ouders en de ambulant begeleider ben ik gaan kijken hoe de Wet op de Expertise Centra (WEC) nou werkelijk in elkaar zit. De feiten wil ik jullie/u niet onthouden:

Wet op het primair onderwijs (WPO):
-Sinds 1 augustus 1998
-Bepalend voor reguliere en speciale basisscholen (SBO)
-WSNS en zorgverbreding
-Samenwerkingsverbanden
-PCL=Permanente Commissie leerlingzorg (zij beslissen over de toelating tot SBO)

Wet op de expertisecentra (WEC) :
-Sinds 1 augustus 2002
-Bepalend voor het speciaal onderwijs (SO)
-Speciaal voor onderwijs in 4 clusters
-CVI=Commissie van indicatiestelling (zij geven al dan niet de beschikking voor SO/rugzak)

Een Regionaal Expertise Centrum (REC) is een samenwerkingsverband van SO scholen in een regio. De samenwerking gaat per cluster.

In de Wet op de Expertisecentra (WEC) krijgt het REC de volgende taken t.o.v. OUDERS:

  1. Het REC biedt ouders hulp bij de aanvraag en indienen van een verzoek tot indicatiestelling (indien gewenst)
  2. Het REC ondersteunt ouders van een geïndiceerde leerling bij het zoeken naar een reguliere of SO school (indien gewenst)


In de Wet op de Expertisecentra krijgt het REC de volgende taken t.o.v. de SCHOOL:

  1. De basisschool is verantwoordelijk voor het tot stand komen van een handelingsplan (HP). Indien gewenst kan de ambulant begeleider begeleiding bieden (dat is dus NIET verplicht, want uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het HP bij de directeur van de reguliere basisschool en behoeft instemming van de ouders. Het HP is namelijk een contract tussen ouders en school waarin het plan van aanpak staat voor de leerling met een rugzak). Er moet dus zorg zijn voor de communicatie met de ouders over de uitvoering van het HP. De reguliere school is hiervoor verantwoordelijk, maar KAN hierbij ondersteuning vragen van het REC.
  2. Op aangeven van de reguliere school wordt er overeenstemming bereikt met het REC over de wijze waarop de reguliere school ondersteund wil worden. Dus, de reguliere basisschool geeft aan welke hulp zij (al dan niet) nodig heeft van het REC. Dat wordt vastgelegd in het begeleidingsplan.

De reguliere school bepaalt dus welke ondersteuning zij willen ontvangen van de verschillende REC's. Op onze school willen we zo veel mogelijk ondersteuning voor kinderen met een rugzak (dus dat er echt met de kinderen wordt gewerkt). Helaas biedt het REC 4 deze ondersteuning niet. Iets wat heel jammer is wanneer je kijkt naar de inhoud van de rugzak van cluster 4 (5418,17 euro voor extra formatie op de basisschool, 4415,40 euro voor extra formatie REC, 897 euro voor extra leermiddelen deel basisschool en 478 euro voor kantoor en reiskosten van de ambulant begeleiders). Wij hebben moeite met de gedwongen winkelnering. Graag zouden wij de mogelijkheid willen hebben, de 4893,40 euro die naar cluster 4 gaat, in te zetten op een manier die meer inhoudt dan praten en vergaderen (kanjertraining, formatie uitbreiding rugzakbegeleider etc.)

We hebben ook met de ambulant begeleiders afgesproken dat er tussen school en ambulant begeleiders geen discussies meer plaatsvinden waar de ouders bij zijn. Die discussies hebben voor veel verwarring bij de ouders gezorgd.

Ons beleid is een brief voor de ouders en de ambulant begeleiders waarin wij aangeven welke hulp wij al dan niet kunnen bieden (ouders) en welke ondersteuning wij ontvangen van de ambulant begeleiders. Wanneer hierover duidelijkheid is gaan we aan de slag.

Meer weten? kijk op deze wiki.

vrijdag 9 november 2007

Kortere vakanties een discussie waard

Bron : VOS/ABB
Kortere vakanties een discussie waard:
11 april 2007
Even voor de duidelijkheid VOS/ABB is een koepelorganisatie die ondersteuning biedt aan het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs in Nederland en die ook optreedt als belangenvereniging voor 2800 scholen en hun leerlingen. VOS/ABB neemt als werkgeversorganisatie deel aan de CAO onderhadelingen voor het Primair Onderwijs. Zij vinden kortere vakantie de discussie waard. Bij deze:

VOS/ABB: Iedereen weet dat de vakanties in het onderwijs veel langer zijn dan in alle andere sectoren. Hardop zeggen dat de werkdruk misschien omlaag kan door leraren wat minder vrije dagen te geven, is vloeken in de kerk. Dat kunnen we concluderen na de reacties van de AOb en CNV Onderwijs op een suggestie in die richting van minister Ronald Plasterk van OCW.

Nee hoor, niet vloeken in de kerk, blijkbaar is deze aanbeveling GEEN goede manier om de werkdruk te verlagen. Anders zou er wel positiever op zijn gereageerd. Of vindt VOS/ABB gewoon dat de vakanties in het onderwijs korter moeten. Zeg dát dan.
VOS/ABB: Korterere vakanties is ten eerste niet nieuw en ten tweede zeker een discussie waard!
Zeker, dan krijg ik nu vast te horen van VOS/ABB waarom zij dit onderwerp de discussie waard vinden.
VOS/ABB: De Algemene Onderwijsbond (AOb) en CNV Onderwijs reageerden als door een wesp gestoken nadat minister Plasterk in de Tweede Kamer voorzichtig had geopperd dat het wellicht mogelijk zou zijn om met kortere vakanties de werkdruk te verlagen. Dagelijks bestuurder Martin Knoop van de AOb klom onmiddellijk in de hoogste boom. Hij 'piekert er niet over' om hierover te gaan praten. 'Alles wat we op dat vlak weggeven, wordt door de werkgever ingepikt', aldus Knoop in de Volkskrant. Voorzitter Marleen Barth van CNV Onderwijs vindt de uitspraken van Plasterk 'ontzettend stom'. Ook van die duidelijke taal waar de media dol op zijn! Waarom toch direct moord en brand schreeuwen als Plasterk nota bene een suggestie doet over iets waarover alleen de werkgevers- en werknemersorganisaties kunnen beslissen?
Oh nee, VOS/ABB vindt vooral de reacties vanuit het onderwijs erg kleinzielig. Met uitdrukkingen als "vloeken in de kerk, als door een wesp gestoken, in de hoogste boom klimmen, moord en brand schreeuwen, uit de lucht komen vallen" wordt nog eens benadrukt dat er met die mensen uit het onderwijs geen discussie mogelijk is wanneer het om hun vakantietjes gaat.
VOS/ABB: De vakbonden en de werkgeversorganisaties zijn het er allemaal over eens: veel leraren ervaren een erg hoge werkdruk. Met een gemiddelde werkweek van 42 uur hebben ze het inderdaad zwaar, zeker als je daar de soms moeilijke omstandigheden bij optelt die bijvoorbeeld te maken kunnen hebben met sociaal-emotionele problemen van leerlingen. We zijn het er ook met zijn allen over eens dat er wat aan de hoge werkdruk gedaan moet worden, zeker in het licht van de groeiende lerarentekorten.
Ik ben blij dat we met zijn allen (zeker ook door lerarentekort) vinden dat er wat aan de werkdruk moet worden gedaan. Dus.....kleinere klassen voor het primair onderwijs en voor het Voortgezet onderwijs minder contacturen. Daar zal VOS/ABB (een organisatie die ondersteuning biedt aan het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs) het vast mee eens zijn. Oh nee, toch niet.
VOS/ABB: Er zijn verschillende oplossingsrichtingen voor aan te wijzen. De Onderwijsraad kwam in 2002 al met een uitgebreid pakket adviezen, waarvan flexibilisering van de arbeidsinzet over het jaar er een was. Het is dus niet zo dat de suggestie van Plasterk zomaar uit de lucht komt vallen, ook al lijkt dat zo door de felle reacties van de vakbonden.Hollen of stilstaanHet mag natuurlijk niet zo zijn dat leraren vrije dagen moeten inleveren zonder dat daar een compensatie in geld en/of een betere spreiding van werkzaamheden tegenover staat.
Ik snap het niet meer. Wordt er nou gezegd "compensatie in geld"? Het ging toch om werkdruk verlaging?
VOS/ABB: Het zal de overheid dus geld gaan kosten, want zeker met de strenge controles op de minimale onderwijstijd moeten de lessen gewoon doorgaan. Daar kan in uren niet op worden beknibbeld.
Zo is dat. Meer onderwijzers in het Voortgezet onderwijs en kleinere klassen in het primair onderwijs.
VOS/ABB: In tegenstelling tot de bonden ben ik ervan overtuigd dat met een betere spreiding van de werkzaamheden over het jaar een situatie kan ontstaan die het leraarschap aantrekkelijker maakt.
Maar vinden onderwijzers dat ook? Zij zijn toch de enigen die kunnen bepalen of die spreiding ook daadwerkelijk de werkdruk verlaagt. Voor alsnog hoor ik geen positieve reacties. Daar kan je wel geïrriteerd op reageren, maar dan wil je als VOS/ABB dus eigenlijk niet horen wat leerkrachten hiervan vinden. Volgens mij ligt er dan ook een ander probleem ten grondslag aan deze discussie. Om de economie draaiende te houden moeten we met zijn allen aan het werk. Ook in de zomervakantie. Er is dus een groot probleem met de opvang van kinderen in die vakanties. De oplossing voor dit maatschappelijke probleem zou het verkorten van vakanties kunnen zijn. De plannen heten werkdruk verlaging door meer spreiding. M.i. is dit een slimme manier om scholen als kindermeisje te kunnen laten optreden.
VOS/ABB: Nu is het vaak hollen of stilstaan. Eén ding is zeker: we moeten altijd serieus naar elkaar blijven luisteren als we het onderwijs voor de leerlingen én de leraren op een hoger peil willen brengen. Iedere suggestie in die richting is zeker een discussie waard, ook de suggestie van minister Plasterk. Een open mind, daar gaat het om!
Maar begin dan als VOS/ABB te LUISTEREN naar de signalen die uit het onderwijs komen. Maak de beroepsgroep niet monddood door ze voor gek te verklaren. Opmerkingen als "moord en brand schreeuwen, door een wesp worden gestoken en in de hoogste boom klimmen" dragen niet bij tot een goede discussie.

vrijdag 2 november 2007

Kleine klassen, extra handen ... beter onderwijs en betere resultaten?

Op 2 september 2004 berichtte ik al over een onderzoek van Mevrouw E. Annevelink en Simone Doolaard die samen met een aantal studentassistenten een aantal klassen hebben geobserveerd in de maand april van dat jaar.

Op de pagina van de Rijksniversiteit Groningen (RUG) las ik dit artikel.

"Waar er meer individueel of in kleine groepjes met kinderen wordt gewerkt, zijn er ook meer kinderen die zonder begeleiding werken, of die niet aan het werk zijn. Met name in groep 2 zijn leerlingen in een kleine groep of een groep met extra personeel dan ook minder taakgericht bezig dan in een groep met meer dan tweeëntwintig kinderen zonder extra handen in de klas."
Zoals ik al eerder meldde, 19 of minder kinderen(op bladzijde 5) en 17 of minder kinderen (op blz 9) heet voor deze onderzoekers "een kleine klas".
20 Of 21 kinderen (op bladzijde 9) en 18 tot 22 kinderen (op bladzijde 5)noemen zij "een medium klas" en een grote groep is volgens deze onderzoekers 22 of meer kinderen (op bladzijde 9) en 23 of meer kinderen ( op bladzijde 5). Zoals ik al eerder schreef "Doe mij een GROTE groep van 22/23 leerlingen.

De vertraagde ontwikkeling wordt echter weer goed gemaakt als leerlingen in groep 3 zitten. In groep 3 profiteren leerlingen wel van de gunstige omstandigheden in een kleine groep. Daar zijn ze taakgerichter aan het werk dan de leerlingen in een grotere groep en ontwikkelen ze zich beter. Een kleinere groep 3 is gunstig voor de ontwikkeling van met name de zwakkere leerlingen. Bovendien houden leerlingen die voorsprong vast.
En omdat we door WSNS (en straks met passend onderwijs) te maken hebben/krijgen zullen de klassen KLEINER moeten. Volgens dit onderzoek is dat gunstig voor met name zwakkere leerlingen.
Voorstanders van het verkleinen van de groepsgrootte voeren als argument ook vaak het welbevinden van leerlingen en leerkrachten aan. Bij leerlingen zijn echter nauwelijks gevolgen voor hun gedrag en hun welbevinden te vinden. Ook op aspecten als werkhouding en stabiliteit van leerlingen zijn geen eenduidige effecten te vinden. Leerkrachten zelf zijn wel tevredener in kleinere groepen. Bovendien hebben zij meer het gevoel dat zij iets met leerlingen kunnen bereiken.
Toch heb ik moeite met de "waarheden" in dit hele onderzoek, omdat de verschillen in aantallen in de onderzochte groepen zo minimaal zijn. Dus wanneer onderzoekers spreken over een kleine klas, dan spreken zij over een groesgrootte die Nederland NIET kent.
De onderzoekers zien in "hun kleine klas" (19/18 of minder kinderen) al positieve (nauwelijks, maar toch) verschillen in GEDRAG en WELBEVINDEN. En als leerkrachten tevredener zijn in een kleine groep zou ik daar niet zo maar aan voorbij lopen. Moest het vak niet een beetje aantrekkelijker worden? We stevenen toch af op een enorm tekort aan onderwijzers?
Het onderzoek laat ook zien dat het adagium 'hoe kleiner, hoe beter' niet
opgaat. Als zowel gekeken wordt naar de ontwikkeling van leerlingen als naar de
kosten, blijkt dat een groep van circa twintig leerlingen optimaal is. Een nog
kleinere groep is duurder en heeft geen extra positief effect meer op de
ontwikkeling van leerlingen.

Volgens het onderzoek is 20 leerlingen in een klas DE optimale groepsgrootte. De verwarring ontstaat wanneer deze groep "de mediumgroep" wordt genoemd. Want een klas van 20 leerlingen komt in het Nederlandse onderwijs (onder normale omstandighden) niet voor. Bovendien richt het onderzoek zich alleen op de groepen 1,2,3 en 4. Ik ben heel benieuwd wat KLEINE klassen opleveren in de groepen 5,6,7 en 8,waarin leerprestaties steeds verder uit elkaar gaan lopen en differentiatie en individuele begeleiding heel belangrijk is.

Over de duidelijkheid van dit onderzoek zal ik me maar niet uitlaten.De populistische one-liner "Kleine klassen.....beter onderwijs en betere resultaten?" zorgt voor veel verwarring en zou vervangen moeten worden door "Beter onderwijs en betere resultaten in HELE KLEINE klassen van gemiddeld 20 kinderen."

Als nu blijkt dat mevrouw Simone Doolaard bij Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION) een rapport schrijft (samen met R.J. Bosker) dat op dát onderzoek voortborduurt wordt de grondigheid zowel als het populistische niveau opeens wel degelijk een zorg. Mede omdat ik dit artikel terug vond op de website van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.!

Het onderzoek is te vinden op : gion.gmw.eldoc.ub.rug.nl

donderdag 1 november 2007

10% leerlingen te laag advies

Tien procent leerlingen basisschool krijgt te laag advies.
En daar gaan we weer.
Vooral kinderen van laagopgeleide ouders krijgen soms een lager advies voor het voortgezet onderwijs dan ze aan kunnen. Met extra aandacht voor taal en rekenen kunnen de prestaties worden verhoogd. Eerder dit jaar was er discussie over de vraag of allochtone leerlingen vaker een lager advies voor het voortgezet onderwijs kregen dan autochtone leerlingen. Daarvan blijkt na onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs geen sprake. Het advies dat aan de leerlingen wordt gegeven is gebaseerd op de prestaties van de kinderen op dat moment.
Dus toch weer de schuld van de leerkrachten. Zij geven allochtone kinderen slechter onderwijs dan de autochtone leerlingen. Het advies wordt immers gegeven op basis van de prestaties van de kinderen op dát moment. Hun prestaties liggen dan dus blijkbaar lager dan hun mogelijkheden, want op de Middelbare school blijkt dat ze "beter" hadden gekund. Natuurlijk is daar maar 1 reden voor te verzinnen. De leerkrachten doen het verkeerd! De school moet meer aandacht besteden aan taal en rekenen (Dijksma vraagt zich niet af of bijvoorbeeld het "talige" inzichtelijk rekenen minder aansluit bij deze groep kinderen). Vanuit de aanname dat leerkrachten een te laag advies geven, worden er allerlei projecten bedacht waarbij het maar zeer de vraag is of die ook werkelijk DE oplossing bieden. 1 Van de problemen is volgens mij namelijk deze:

Vooral de CITO toets heeft een prominente plaats ingenomen bij de verwijzingen van kinderen naar het VO. In Amsterdam en omstreken moeten alle scholen deelnemen aan de kernprocedure. In deze procedure is opgenomen dat er naast het advies van de leerkracht een 2e toetsgegeven moet zijn. In Amsterdam is dat de Cito-score of een didactisch onderzoek. Wanneer het advies van de school en de eindtoets niet overeenkomen loopt het kind het risico niet geplaatst te worden op de school van zijn keuze. Veel VO scholen hebben over het algemeen liever leerlingen met goede CITO getallen ("Risicoleerlingen" aannemen kan immers gevolgen hebben voor de beoordeling van hun school door inspectie en media).

Omdat de CITO eindtoets vooral talige intelligentie toetst (woordenschat, begrijpend lezen) en niet werkhouding en doorzettingsvermogen, scoren veel allochtone leerlingen op deze toets lager dan het advies van de leerkracht zou moeten/kunnen zijn. Ik denk dat het probleem van de lage advisering dus vooral zit in de discrepantie tussen schooladvies en de bandbreedte die gehanteerd wordt bij de kernprocedure.

Voor dit probleem moet een oplossing worden gezocht.

Een rapport van de Onderwijsraad ziet wel dat kinderen soms onder hun eigen kunnen presteren, waardoor talent verloren gaat. Het gaat dan om ongeveer tien procent van de kinderen, meestal van lager opgeleide ouders. Staatssecretaris Dijksma laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dit een urgent probleem te vinden. Wanneer extra aandacht wordt besteed aan deze kinderen, vooral met taal en rekenen, kan het niveau worden verbeterd.

Kleine klassen! Oh nee er zal wel iets anders bedacht zijn....

Voor de vindplaats van dit rapport houd ik mij trouwens aanbevolen.......

Om dat bereiken komt er bijvoorbeeld een dekkend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie, zullen scholen straks eerder extra geld krijgen voor leerlingen van laag opgeleide ouders, en komt er extra geld voor taalprogramma’s in de grote steden en regio’s als Oost-Groningen en Zuid-Limburg.
Geld wordt op deze manier weer veel te veel versprokkeld. De klassen moeten gewoon kleiner.
Daarnaast kan het nuttig zijn sommige kinderen een jaartje extra tijd in het basisonderwijs te geven, niet massaal maar wel als het in het belang van het kind is.
Erg mee eens. Wij deden dat al school overigens al, met als gevolg een op dat onderdeel slechte beoordeling van de inspectie.
Tot slot gaat staatssecretaris Dijksma samen met de sector primair onderwijs bekijken hoe het laatste half jaar van groep acht, tussen de eindtoets en het einde van het jaar, beter benut kan worden om zoveel mogelijk talent te verzilveren.
Mevrouw Dijksma is bij deze uitgenodigd.

zaterdag 27 oktober 2007

Kamerstuk "uitwerking passend onderwijs"

Zojuist kom ik, "uitwerking passend onderwijs" tegen, een kamerstuk van 25 juni 2007 door Sharon A.M. Dijksma, staatssecretaris van het ministerie van OCW.


Een bloemlezing van dit kamerstuk!

Onze samenleving wordt met de dag drukker en vooral complexer. Daardoor zijn er steeds meer kinderen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben. Veel kinderen kunnen dankzij die extra aandacht gewoon naar de basisschool. Andere kinderen krijgen betere ontwikkelingskansen in het speciaal onderwijs.
Extra zorg, ondersteuning en ontwikkelingskansen, houd dat vast!
Het gaat niet om wat een kind niet kan, maar wat een kind wél kan. Daar heeft ieder kind het volste recht op. En als maatschappij hebben wij de plicht dat onze kinderen te bieden.
Zo is het precies. "het volste recht" en "als maatschappij hebben wij de plicht".
Schoolbesturen moeten vanaf 2011 voor ieder kind passend onderwijs kunnen leveren.
Ok, hoe gaan we dat aanpakken.
De kwaliteit van het onderwijs aan zorgleerlingen moet omhoog door duidelijker te maken wat zij precies gaan leren.
Eh, ... "duidelijker maken wat zij precies gaan leren?" nou, … goed, ik lees eerst nog even verder.
Meer ruimte voor maatwerk in het passend onderwijs door het aantal regels te verminderen en door regionaal meer met vaste budgetten te gaan werken.
Eh,.. ja wacht eens. Ik lees extra zorg, ondersteuning en ontwikkelingskansen. En dan nu weer meer maatwerk. Mooi hoor. Maar dat met vaste budgetten?
Bij de invoering van de leerlinggebonden financiering – het rugzakje – was de verwachting dat het aantal leerlingen met een indicatie voor (V)SO stabiel zou blijven. Uitgangspunt was dat de indicatiecriteria zouden leiden tot een stabiele groep leerlingen. De inzet was dat 25% van geïndiceerde leerlingen met een rugzak naar het reguliere onderwijs zou gaan, in plaats van naar het(V)SO . Dat liep anders. Het aantal geïndiceerde leerlingen is met meer dan 50% gegroeid tot boven de 90.000. Het aantal rugzakleerlingen groeide het sterkst, maar ook het aantal leerlingen in de(V)SO-scholen is gegroeid.
Aha,.. Ik zie waar dit naar toe gaat. Méér voor minder, lijkt mij hier van toepassing.
De grootste groei doet zich voor bij het onderwijs van cluster 4, voor leerlingen met gedragsproblemen.
Nouja,…Lees: met ernstige gedragsproblemen, met ontwikkelingsproblemen en/of psychiatrische problemen. Dat zou ik ook een beetje verdoezelen. (gedoemd om overheen te lezen)
Door het vorige kabinet is afgesproken dat er maatregelen worden genomen om de groei te beheersen.
Groei beheersen?
Slechts 45% van de scholen in het speciaal basisonderwijs biedt voldoende basiskwaliteit. Van de 55% die onvoldoende scoort, bestaat het grootste deel uit zwakke scholen. Ze stemmen hun onderwijs onvoldoende af op verschillen in onderwijsbehoeften en slagen er niet in goede leerlingenzorg te realiseren. Bovendien zijn zij onvoldoende opbrengstgericht.
Hebben we het hier nog over kinderen?
Ook heeft de inspectie onderzocht dat 45% van de cluster 4 scholen risicovol,
zorgelijk of zeer zwak presteren.
Komen de mensen (ambulant begeleiders) van dat cluster ons op de reguliere basisschool vertellen hoe wij het moeten doen????????
Voor leerlingen die niet in staat zijn om de reguliere programma’s te doorlopen, worden aangepaste trajecten ontwikkeld.

De indicatiestelling voor het onderwijs wordt zoveel mogelijk afgestemd met indicatiestelling buiten het onderwijs, voor (jeugd)zorg.

Een samenwerkingsverband krijgt voor elke leerling een vast bedrag

Een vast bedrag. Met als gevolg dat het samenwerkingsverband een rol van poortwachter zal gaan vervullen. (slim hoor)
De bekostiging van de leerlinggebonden financiering (LGF/ de rugzak) vraagt zowel voor de flexibele inzet als met het oog op de budgettaire beheersbaarheid om een grondiger aanpassing.

budgettaire beheersbaarheid?? Ik wijs nog even op het eerste citaat: “Het gaat niet om wat een kind niet kan, maar wat een kind wél kan. Daar heeft ieder kind het volste recht op. En als maatschappij hebben wij de plicht dat onze kinderen te bieden.”

Het kabinet is van mening dat verdere groei van de uitgaven voor (V)SO en rugzakfinanciering ongewenst is. (…) Het kabinet wil dan ook inzetten op een stabilisatie van de omvang van het (V)SO en de rugzakfinanciering in de komende jaren. In het voorgaande is uiteengezet dat met de invoering van de wettelijke regeling voor passend onderwijs wordt gekozen voor een grotendeels gebudgetteerde financiering van de samenwerkingsverbanden in PO en VO en de REC’s en hun scholen.

Uit dit stuk blijkt maar weer eens te meer dat het "kind centraal thema" een bedenkelijk laagje chroom is over een ordinaire bezuiniging over de ruggen van de kinderen van het (V)SO maar óók van het reguliere onderwijs.

Kijk, in het begin lijkt het mooi, maar als je je door dit soort tekst heen worstelt kom je bij de ware aard van het beestje. Wie haakt er niet na een aantal pagina's af? Voor wie desondanks de hele tekst wil lezen verwijs ik naar deze link. (Dan moet u weten dat ZAT = Zorgadviesteam / WMS = Wet Medezeggenschap op Scholen)

Hier staan trouwens meer artikelen over WSNS.

dinsdag 23 oktober 2007

Bond wil onderwijstop met Balkenende

DEN HAAG - Premier Jan Peter Balkenende en de ministers Wouter Bos (Financiën) en André Rouvoet (Jeugd en Gezin) moeten worden ingeschakeld bij de oplossing van het lerarentekort.

De drie bewindslieden zouden met Alexander Rinnooy Kan en onderwijsminster Ronald Plasterk in een onderwijstop de urgentie van het probleem moeten bespreken.
En...

De onderwijsbonden (AOB en CNV) erkennen dat het onmogelijk is op korte termijn een geheel nieuwe inkomensstructuur op te bouwen. Ze zien er verder niet veel in om docenten die onder moeilijke omstandigheden werken extra te honoreren. Wel zou het mooi zijn als leraren die in een lastige stad als Amsterdan werken, een parkeervergunning zouden krijgen, zoals Marleen Barth (CNV) voorstelde.

Bron Parool 17 Oktober 2007
Ik hoop niet dat er dan weer grote catering bedrijven worden ingevlogen om alles van hapjes en drankjes te voorzien! Iedereen kan toch aan zien komen dat zo'n top alleen maar zin heeft als er een grote pot met geld op tafel komt en er besproken wordt wat de meest effectieve besteding daarvan is.

Maar nee,.... de diverse proefballonnetjes van de huidige minister geven geen hoop. Zo'n top wordt slechts een overleg waar naar oplossingen wordt gezocht door het ene potje te vullen door uit het andere wat te halen.

Dat de bonden AOB en CNV nog steeds 'nat gaan' door het poldermodel waarin ze nog steeds blijken te staan is misschien wel één van de oorzaken van het probleem. Het is tijd voor veranderingen en wel NU. Er moet wezenlijk iets veranderen want de grijze golf gaat straks met pensioen en de PABO's blijven angstvallig leeg. Het is eigenlijk al 5 over 12!

Maar dat de bonden, onze bonden die ONS moeten vertegenwoordigen, een startpositie innemen van het niveau "misschien kan er een parkeervergunningetje van af" spreekt boekdelen!

maandag 22 oktober 2007

Kamer tegen aantasting basisbeurs

Gisteren werd bekend dat Plasterk overweegt de basisbeurs om te zetten in een lening om geld vrij te maken voor het optrekken van de lerarensalarissen. Andere mogelijkheden zijn het verhogen van het collegegeld of het vergroten van de klassen. Voor de hogere lonen voor docenten is 1,1 miljard euro nodig.
Bron nieuwnieuws.nl van 20 Oktober 2007
Lees ook dit.
Mooie sigaar uit eigen doos! Zo komen er toch juist minder studenten naar de PABO! Ook volgens de SP
Het huidige leensysteem, dat bestaat naast de basisbeurs, is volgens de SP nu al een barrière voor jongeren om te gaan studeren. “Veel jongeren willen wel studeren, maar kijken op tegen de torenhoge schulden waarmee ze opgezadeld worden. Die groep zal groter worden als de basisbeurs verdwijnt.”
Maar was dit niet de minister die op 15 mei van dit jaar bij Knevel en v/d Brink verkondigde dat de klassen juist kleiner moesten. Het is toch erg dat die ambtenaren op het ministerie, of wie dan ook, zoveel invloed hebben op een oprechte mening van een net startende minister. In 5 maanden hebben ze hem onder het juk!

Minister wil studenten salarisverhoging leraar laten betalen

Om het naderende lerarentekort op te vangen moeten de salarissen in het onderwijs omhoog. Studenten moeten het geld dat daarvoor nodig is mogelijk ophoesten. Maar de Tweede Kamer is tegen.

Plasterk speelt met de gedachte om de basisbeurs te schrappen: studenten kunnen bij hun ouders aankloppen of geld lenen van de staat.

Bron volkskrantbanen van 17 Oktober 2007
Maar maar maar... Dit heeft toch tot gevolg dat er MINDER studenten komen. Dat lijkt me niet de juiste weg.

Leraren uit de management laag terug in de klas. Nog meer managers weg. Van het vrijgekomen geld de klassen verkleinen. Cirkel rond! :-)

zaterdag 20 oktober 2007

Rugzakgeld over de balk.....

Wanneer een kind met een rugzak op de basisschool komt, (bijv. cluster 4) zitten daar de volgende gelden in:

  • 5418,17 euro voor uitbreiding van formatie van de basisschool. Dit betekent 4 uur extra formatie. In de praktijk betekent dat 4 keer een half uur ondersteuning per week voor het kind (de andere 1 1/2 uur gaat zitten in administratie, overleg met AB, IB, andere hulpverleners en de ouders).
  • 4415,40 euro voor uitbreiding formatie van het Regionale Expertise Centrum (REC). Dat betekent 3 uur en een kwartier extra ondersteuning per week. In de praktijk komt dat neer op 1 uur per week. De ambulante begeleiders van REC 4 hebben ervoor gekozen helemaal NIET met het kind te werken.
  • 897 euro is het deel dat de basisschool krijgt voor extra leermiddelenen voor de leerling.
  • 478 euro is het deel dat het REC krijgt voor kantoor en reiskosten.

Omdat veel ambulant begeleiders denken dat zij de ouders moeten bijstaan in het contact tussen ouders en school (dit staat nergens in de wet! Toets voor meer informatie op DE FEITEN) gaat er veel tijd zitten in overleg. Wij willen dat al het geld naar de scholen gaat. De scholen maken vervolgens de keuze óf en welke hulp er eventueel bij de verschillende centra wordt ingekocht.

zaterdag 13 oktober 2007

Leer kleuter al omgaan met conflict

Twee steekpartijen deze week, op scholen in Amsterdam en Rotterdam. Met meer aandacht voor conflictbeheersing op school is volgens deskundigen een hoop ellende te voorkomen. De politiek ziet dat anders.
Bron BN/de Stem van 13 oktober 2007

Conflictbeheersing is belangrijk, maar die beheersing moet van binnenuit komen. Aandacht voor conflictbeheersing alleen, is aandacht voor de buitenkant. Niet alleen klassen, maar ook scholen horen klein te zijn. Kinderen die in hun puberteit zitten horen op school een plek te krijgen waar ze zich gezien en gehoord voelen. Waar gevoelens van frustraties vroegtijdig KUNNEN worden gesignaleerd doordat leerkrachten de tijd en ruimte hebben hun leerlingen echt te kennen. Wanneer kinderen het gevoel hebben deel van een geheel te zijn, wanneer ze het gevoel hebben dat ze belangrijk zijn en meetellen, dan pas zullen ze zich geborgen voelen en minder snel gefrustreerd raken. Conflictbeheersing is zorgen dat kinderen zich veilig voelen en dat lukt pas goed, wanneer klassen en scholen KLEIN zijn.

De vreedzame school

Drie basisscholen in Utrecht zijn in 2000 begonnen met het programma De Vreedzame School.

Het lesprogramma wil leerlingen leren op een andere manier met conflicten om te gaan door ze 'meer verantwoordelijk te maken, een stem te geven en op eigen benen te zetten'. Daarnaast wordt geprobeerd van de klas en school een meer democratische gemeenschap te maken, waarin iedereen zich betrokken voelt.

Om dat te bereiken bestaat het programma uit een training voor schoolteams, klassenbezoeken en coaching. Ook zijn er lessenseries voor alle groepen, een informatieavond en workshops voor ouders. Ook wordt er een 'leerlingenbemiddelaar' aangesteld.

Uit onderzoek blijkt dat verbaal geweld tussen leerlingen in twee jaar tijd op deze 'vreedzame scholen' sterk is afgenomen, van 79 naar 64 procent.

Het percentage leerkrachten dat regelmatig of vaak geconfronteerd wordt met verbaal geweld is in die periode gedaald van 17 naar 5 procent. Het fysiek geweld van de leerling naar de leerkracht is bijna tot nul gereduceerd.
Bron BN/de Stem

Op zich is dit natuurlijk een geweldig initiatief, maar tegelijkertijd schrikken wij er ook van. Het feit dat er een lesprogramma nodig is om een vreedzame school tot stand te brengen. Dat door dit programma het verbale geweld is afgenomen van 79% naar 64%. Dat is nog steeds schrikbarend hoog. Kinderen horen op school veilig te zijn. Ook dit is een voorbeeld van het paard achter de wagen spannen. Allereerst moet de vraag gesteld worden, WAAROM kinderen verbaal en fysiek geweld gebruiken tegen leerling en leerkracht? In een omgeving waar men ruimte genoeg heeft om te kijken naar het individu, waar men de ruimte heeft om vredesopvoeding onderdeel van het dagelijks handelen te maken, waar vanaf de onderbouw gewerkt wordt aan "samen" en waar niet het recht van de sterkste heerst, daar zal men geen lesprogramma meer nodig hebben om op een vreedzame manier met elkaar om te gaan. Maar daar is wel tijd en ruimte voor nodig. Kleine klassen dus!

donderdag 11 oktober 2007

woensdag 10 oktober 2007

Wiki afkortingen in het onderwijs

Het onderwijs bestaat voor een groot gedeelte uit afkortingen. In de wiki over dit onderwerp is informatie te vinden, maar er is ook de mogelijkheid eigen info toe te voegen. Dit kan zonder aanmelden. Aanmelden heeft wel het voordeel dat het aanvullen van de lijst gemakkelijker zal gaan. Neem gerust een kijkje naar de afkortingen in het onderwijs.

dinsdag 9 oktober 2007

Leerkrachten willen kleinere klas

Wij waren 08-10-2007 op RTV N-H te zien.

AMSTERDAM Twee leerkrachten van de Montessorischool 't Winterkoninkje in Amsterdam voeren actie voor kleinere klassen. Zij vinden dat leerlingen nu te weinig individuele aandacht krijgen. In een brief aan minister Plasterk van onderwijs stellen ze voor geen dure adviseurs meer in te huren, maar dat geld te gebruiken om klassen te verkleinen.

9 oktober 2007 - 9:50


Artikel op RTV N-H
Audio fragment

vrijdag 5 oktober 2007

waar wijzen de pijlen naartoe?

Dit overzicht met pijlen laat zien hoeveel mensen iets zeggen, vinden of onderzoeken in het onderwijs, om het vervolgens door die ene leerkracht te laten uitvoeren. Het gebied onder de lijnen geeft de klas weer en de vele, vele overleggen die leerkrachten moeten voeren met intern begeleiders, ambulant begeleiders, rugzakbegeleiders en andere instanties. Wat heeft al deze "ondersteuning" voor de leerling en leerkracht gebracht? HEEL VEEL GEKLETS en FRUSTRATIES!!!!!


Een grote afbeelding is hier te downloaden

vrijdag 28 september 2007

Persbericht wat de juf ervan vindt

Dit persbericht (en het uitgebreide "wat de juf ervan vindt") hebben we verstuurd naar minister Plasterk, Sharon Dijksma, bestuur West Binnen de Ring, de verschillende fracties in Den-Haag en de media.

WAT VINDT DE JUF ER VAN?

Goed onderwijs voor alle kinderen, ook die van het speciaal onderwijs, is makkelijk te organiseren. Dat zeggen twee leraressen van een Amsterdamse basisschool. Verklein de klassen per direct! “Gebruik het geld dat nu naar de ‘onderwijsadviseurs’ gaat. De meeste van hen zijn volstrekt overbodig,” menen zij.

Leraren blijken in de praktijk vaak deskundiger dan de dure expert. Maar de school moet verplicht met deze experts in zee. Waarom? “Het is schrijnend om te zien hoeveel geld uit de ‘onderwijspot’ er NIET naar de klas gaat. En wie heeft iets aan die loze adviezen? Geen kind profiteert ervan.”
Dit is een pleidooi om de expertise van professionele, goed opgeleide leraren serieus te nemen. Geef de juf de kans om met een normaal leerlingenaantal goed onderwijs te geven aan álle kinderen!

Deze juf kan en wil kinderen van het speciaal onderwijs die ‘weer samen naar school’ gaan graag les geven. “Ik ben een goede lerares. In mijn klas zitten 28 kinderen; 3 hebben een ‘rugzakje’ en 8 hebben andere leer- of gedragsproblemen. Per kind heb ik net iets meer dan 10 minuten de tijd per dag. Kinderen hebben recht op méér aandacht. De klas moet kleiner! En wég met de ‘workload’ van ongevraagd advies, zinloze ondersteuning en omslachtige procedures.”

Eindelijk de juf zélf aan het woord. De deskundige. Deze juf is gepassioneerd, houdt van het onderwijs en ziet kansen. Leest u in bijgaand artikel hoe zij worstelt met overbodige adviezen en zinloze gesprekken. Zij wil advies op maat en flexibele budgetten. En vooral: minder kinderen in de klas. Het kan. Makkelijk.

Wat de juf ervan vindt?



‘Ik kan en wil álle kinderen les geven. Ook die met een ‘rugzakje’. Maar de klas is als een kinderpartijtje met 10 vriendjes, we spelen ezeltje prik. Dan komt de buurvrouw en die vraagt of je ook nog even op haar gedragsgestoorde zoontje en de baby wil passen.‘

Geen geld voor kleinere klassen? ‘Onzin’, zegt de juf. ‘Het sterft van het geld in het onderwijs. Het wordt verdiend door de ‘adviseurs’.’


Pleidooi om expertise leraren serieus te nemen. Geef de juf de kans om met normaal leerlingenaantal goed onderwijs te geven aan álle kinderen.

Wat de juf ervan vindt?


Het wordt haar zelden gevraagd. Gek eigenlijk. We stellen ons een lerares voor op een Amsterdamse basisschool. Zij staat voor een grote groep juffen en meesters in de hoofdstad. Haar school staat in een buurt die door de huizenprijzen vanzelf al een prachtwijk aan het worden is. Echte achterstandskinderen zijn er niet veel meer. Een enkel kind heeft vanwege vele reizen in het buitenland en door de invloed van au pairs een kleine taalachterstand.

Pest in mijn lijf

Deze juf heeft 28 kinderen in de klas. 17 van hen gaan fluitend door het leven, van de anderen hebben er 3 een ‘rugzakje’ en 8 leer- of gedragsproblemen. Ze gaan ‘weer samen naar school’. Javier is autistisch, Sophie heeft spraak/taalproblemen, Maxim is slechthorend en Valerie heeft het syndroom van Down. Onze lerares is professioneel. Zij heeft een goede opleiding, veel ervaring en ze laat zich regelmatig bijscholen. Daarom kan ze goed lesgeven aan kinderen die voorheen op het speciaal onderwijs zaten. ‘Maar toch fiets ik vaak met de pest in mijn lijf naar huis,’ zegt ze stellig. ‘Ik weet dat ik een goede lerares ben en toch kan ik mijn kinderen niet het onderwijs geven dat ze verdienen.’

Het aantal leerlingen is haar grootste probleem. Met 28 leerlingen heeft ze per kind per half uur één minuut de tijd. Dat betekent elf minuten per dag per kind. Niet alleen de ‘rugzakjes’ hebben individuele aandacht nodig ook de andere kinderen. ‘De klas is als een kinderpartijtje met 10 vriendjes, we spelen ezeltje prik. Dan komt de buurvrouw en die vraagt of je ook nog even op haar gedragsgestoorde zoontje en de baby wil passen.‘

‘Ik heb een ervaring en expertise opgebouwd waarmee echt goed onderwijs voor alle kinderen mogelijk is in mijn klas. Maar met 10 minuten per kind red ik dat niet. Soms vind ik het zelfs stuitend voor kinderen die geen aandacht vragen. Die zitten soms ook in situaties, de ouders gaan bijvoorbeeld uit elkaar, dat ze wél aandacht nodig hebben.’

Juf heeft vaak meer expertise dan experts

De juf kent de situatie. Er is geen geld voor kleinere klassen. ‘Onzin’, zegt zij, ‘er is genoeg geld. Het wordt verdiend door de onderwijsadviseurs’. Wél onderwijs, níet voor klas. En dat zijn er veel. Minstens twintig! organisaties, procedures en experts houden de juf in het vizier, constant. En daar komen ze: methodes, adviezen, begeleiding, verplicht overleg, nieuwe procedures, verplichte zorgafspraken, verplichte voorschool, etc.

Heeft deze juf advies nodig? Begeleiding? Ondersteuning? Soms, vaak niet. Deze lerares is professioneel en heeft expertise. Maar ‘vraaggericht’ zijn deze organisaties niet. Voor iedereen geldt hetzelfde. Verplichte voorschool, ook al zijn er geen taalachterstanden. Verplichte begeleiding van ‘speciaal onderwijs’ kenners terwijl je daar zelf in bent geschoold. Verplichte dyslexiebegeleiding ver weg terwijl je die zelf wilt en kunt geven.

Met al haar ervaring wordt de juf vrijwel nooit gevraagd naar haar visie. ‘Een tekening geeft inzicht,’ zegt ze en ze laat het zien. ‘Kijk, hier sta ik. Zo’n twintig pijlen staan gericht op mij. Vice versa gaat er geen. Mijn expertise blijft in de klas. Per week zit ik een keer of zeven in een overbodig overleg. Dan hoor ik bijvoorbeeld hoe ik moet omgaan met iemand die doof is terwijl ik nou net degene ben die daar veel ervaring mee heeft. Voor sommigen is ondersteuning op zijn plaats. Maar de meeste collega’s willen liever advies op maat. En dan graag van iemand die meer weet dan zij. Gewoon, net zoals in elke ander normale werkomgeving. Je gaat de timmerman toch ook niet vertellen wat het verschil is tussen een kruiskop- en een gewone schroevendraaier?‘

De juf doet hier dus een pleidooi om haar expertise serieus te nemen en haar de kans te geven met een normaal leerlingenaantal de kinderen goed onderwijs te geven. Want het zijn per slot van rekening niet de minste problemen van de samenleving die zij geacht wordt op te lossen: Taalachterstanden, gebrek aan ontbijt, vetzucht, crimineel gedrag in de dop, moeilijk opvoedbare kinderen, oncapabele ouders, leren met een handicap. Zij is ook aangewezen om kinderen (en ouders) iets te leren over goed burgerschap, seksuele voorlichting, zwemles, fietsles, opvoeding, etc.

Geld adviseurs kan grotendeels naar de klas

De juf en de school mogen dus geen ‘nee’ zeggen tegen begeleiders en adviseurs. ‘Ik heb veel meer aan extra, goed geschoolde, krachten op school en aan minder kinderen in de klas.’ Een voorbeeld. In het ´rugzakje´ van de kinderen ´met iets´ zit geld. De ouders gaan over dat geld. De school krijgt een bedrag om vier keer per week en half uur met het kind aan de slag te gaan. Maar de ouders moeten een soortgelijk bedrag ook geven aan een ambulante begeleider. Die komt een half uur per week, maar doet vaak niets met het kind. Die observeert, adviseert en staat de ouders bij. In de praktijk is het niet gezegd dat deze ambulante begeleider meer dan de onderwijzer weet over ‘speciale-school kinderen’. ‘Ik vind het moeilijk om uit te leggen maar ik heb vaak niets aan deze begeleiders. En de ouders ook niet, die kunnen er zelfs onzeker van worden. Het wordt soms ‘wij’ tegen ‘zij’ terwijl noch de school, noch de ouders dat willen. Als een moeder bezorgd is omdat haar kind geplaagd wordt in de klas, dan is dat een normaal onderwerp tussen ouder en leraar. Die praten daarover en verzinnen samen een plan. Zo’n ambulante begeleider zit daar vaak tussenin te ‘rommelen’. ”Is er wel een pestprotocol,” vraagt de begeleider dan, “hoe gaat dat in andere gevallen,” of “welke rapportages heeft de school,” etc. Allemaal legitieme vragen aan een school, maar niet in dit gezelschap. Hier gaat het over dit kind en die heeft hier niets aan. De begeleider kan er weinig aan doen, het ligt aan het verplichte systeem, sommige ouders hebben een begeleider nodig, sommigen niet. Ik zou zo graag dit geld willen inzetten om meer aandacht aan dit kind te geven.’

Heb vertrouwen in de expertise van de juffen en meesters die carrière maken in de klas!’

Zo zijn er nog vele andere ‘adviseurs’ die ongevraagd tijd en inzet vragen van de leraar en die (wrang!) veel meer geld verdienen. “Heb ik een moment om te overleggen? En is de rapportage al onderweg? Is het werkplan voorschool al gemaakt? Is de methode X al uitgewerkt?” Mijn schaarse tijd staat onder hoge druk en leidt voor mijn klas nergens toe. In het voorbeeld van het kinderpartijtje staan de adviseurs van de kant druk te wijzen en te roepen hoe ik met de 12 feestende kinderen “lang zal ze leven” moet zingen en dat het nu tijd is voor de taart en vergeet ik de kaarsjes niet?’

Daar komt nog een ander aspect bij: De belofte van een carrière. ‘Naar mijn idee een onterechte belofte. Leraren kunnen carrière maken in de klas, of binnen de school. Je kunt heel goed worden. En het is niet gezegd dat de besten overstappen naar de overvolle ‘onderwijsadvies’ markt! Het geld van het gros van de adviseurs is, geloof mij, beter besteed in de klas.’
‘Waarom moeten wij een voorschool organiseren die veel geld opslokt terwijl het overbodig is? Waarom moet ik methodes gebruiken terwijl die op onze school niet van toepassing zijn? Waarom moet ik tijd vrij maken voor adviezen die voor mij niet relevant zijn?
Wij pleiten voor een ander systeem. Geef meer geld aan de school voor extra tijd en aandacht voor het kind. Snij de tussenlagen weg. Echt het kan. Laat de school zelf bepalen welke expertise zij inkoopt. Geef flexibele budgetten.
Heb vertrouwen in de expertise van de juffen en meesters die carrière maken in de klas!’


September 2007

maandag 24 september 2007

humor!

donderdag 30 augustus 2007

Het beste voor het kind?

De speciale onderwijssubsidies voor kinderen met gedragsstoornissen rijzen de pan uit. Minister Van der Hoeven wil de toelatingscriteria voor de subsidies aanscherpen.

Rugzakje
Van der Hoeven vindt ook dat het bedrag per kind, het 'rugzakje', in een aantal gevallen omlaag kan. Ze heeft dat de Tweede Kamer laten weten.

Meer zorg
De laatste jaren is het aantal kinderen met een 'rugzakje' zeer fors gestegen. De minister vindt nog steeds dat reguliere scholen meer zorg aan de kinderen moeten besteden, zodat er minder een beroep hoeft te worden gedaan op het duurdere speciaal onderwijs. Dat beleid stond bekend als 'weer samen naar school'. De minister zegt dat een volgend kabinet moet bepalen wat er precies moet gebeuren om de kosten te drukken. (Bron: RTLnieuws.nl)


Kosten drukken ÓF meer zorg. Van tweeën één!

De minister zegt dat de onderwijs subsidies voor kinderen met een gedragsstoornis de pan uit rijzen. Deze subsidies heten in de volksmond "het rugzakje". Kinderen met een gedragsstoornis vallen onder cluster 4. Voor het "krijgen" van een rugzakje moet een kind voldoen aan landelijke objectieve criteria die worden getoetst door een onafhankelijke commissie van indicatiestelling. Een grote, groeiende groep kinderen (cluster 4) voldoet aan deze criteria. Bij deze kinderen is er dan altijd sprake van een stoornis die valt onder de DSM-IV of ICD-10 classificatie (gediagnosticeerd door een psychiater of psycholoog).

Is Weer Samen Naar School nou ontstaan uit idealisme of is het nou toch een ordinaire bezuinigingsmaatregel?

Er moet meer zorg aangeboden worden op de reguliere scholen, zegt de minister. Dat kan wanneer klassen maximaal 20 kinderen tellen. Je kan van geen enkele leerkracht verlangen dat zij in een overvolle klas, naast het geven van goed onderwijs, ook nog eens de tijd zouden hebben om een kind met gediagnosticeerde gedragsproblemen op juiste wijze te kunnen begeleiden. De klassen MOETEN dus KLEINER. Als ondanks alle zorg een kind nog meer extra hulp nodig heeft, horen deze kinderen dan ook ruim op het speciaal onderwijs (rugzakje) toegelaten te worden. Dan kunnen de kinderen op het reguliere onderwijs weer het ‘minder dure’ onderwijs krijgen waar ze recht op hebben.

Dát is pas meer zorg!


dinsdag 5 juni 2007

Het vak gaat naar de filistijnen

Meijs maakt zich, samen met haar club Beter Onderwijs Nederland, grote zorgen. Ze zijn niet de enigen. BON bestaat pas een jaar maar heeft nu al 6000 leden.

- U bent 66. Ga toch lekker op vakantie!
Ik heb het onderwijs af zien zakken door al die zogenaamde onderwijsvernieuwingen. Kijk, hier ligt al een ingezonden brief van mij aan BN/DeStem uit 1991. Maar het is altijd moeilijk om kritiek te hebben als je op een school werkt. Daar zit een schoolbestuur niet op te wachten. Ik kan nu eindelijk mijn mond open doen. Het moet! Als er niets gebeurt gaan mensen met geld straks hun eigen privé-scholen beginnen en lopen allochtone kinderen straks op straat."

- Wat is er mis, volgens jullie?
"Basisscholen zijn vanaf 1985 meer in de breedte gaan werken en minder in de diepte. Engels, seksuele voorlichting, fietslessen. Er komt van alles bij... Er is bijna geen tijd meer om een kind hardop te laten lezen. Een kind leert op de basisschool onvoldoende basisvaardigheden lezen, schrijven, rekenen en taal doordat de onderwijzers van nu die zelf niet beheersen. Zestig procent van de huidige Pabo-studenten kan zelf onvoldoende spellen en rekenen, is uit onderzoek gebleken."

- Hoe erg is het?
"Erg! De generatie die nu op de basisschool zit, gaat zo verloren. Overdreven? Als ik een lezing geef, krijg ik zoveel herkenning in het land. Er is te weinig ruimte om goed les te geven. Onderwijzers moeten veel te veel administreren. Er wordt bezuinigd op conciërges. Hoogbegaafde en minder begaafde kinderen komen al helemaal niet aan bod."

- Het gros van de BON-leden is veertig plus, zegt u zelf. Misschien te oud om in te schatten dat deze tijd andere vaardigheden vraagt?
"Assen is nog steeds de hoofdstad van Drenthe en we moeten nog steeds kunnen lezen en rekenen. Nu is het zo dat slimme kinderen vaak beter kunnen rekenen dan hun onderwijzer."

- De onderwijzers van nu deugen niet?
"Die vraag is zwart-wit maar in feite hebben ze niet genoeg bagage om hun vak uit te oefenen vanwege de slechte opleiding die ze hebben gekregen. "

- Daar zegt u nogal wat!
"Je ziet het toch aan de resultaten? Ik hoorde van een pabo-studente dat ze nog geen sollicatiebrief kan schrijven. Het Nieuwe Leren op de pabo is een kennisvijandige ideologie. De gedachte is: wat er in zit, komt er vanzelf wel uit. Als jij bij je derde herkansing met een 6- slaagt voor je taaltoets, is dat niet voldoende om kinderen op de basisschool te leren spellen."

- Voorbeelden?
"Ik geef steeds meer bijlessen aan kinderen die niet fatsoenlijk kunnen rekenen en spellen. Komt hier een kind met de diagnose discalculie. Onzin! Het rekenen was haar niet goed geleerd. Geeft een pabo-student een les over de Tweede Wereldoorlog. Krijgt ze een vraag over de Eerste Wereldoorlog. Zegt ze: "Was er dan een eerste?" Vorige week zat ik met pabo-studenten in de tuin. Twee ervan zijn geen les gaan geven. Ze zeiden: wij zijn niet goed toegerust. Er gaan slechte havisten naar de Pabo, en SPW-ers. Die mensen komen over vijf jaar het onderwijs in, als het grote tekort ontstaat. Een ramp! Als er niets gebeurt wordt Nederland een ontwikkelingsland."

- Al die mensen die nu voor de klas onze kinderen staan te onderwijzen, zullen dit niet leuk vinden.
"Niet iedereen heeft zelfinzicht. Maar ik krijg veel herkenning als ik hierover praat. Er moet iets gebeuren. Lesgeven is een vák en daarvan moet je de basiskennis beheersen. Toen ik van de Rijkskweekschool kwam, waren er ook slechte leraren. Maar we beschikten wél over de basiskennis."

- Dat Nieuwe Leren van de Pabo zit u echt dwars, hè?
"Nieuwe leren? Dat zijn de nieuwe kleren van de keizer. Het gaat niet meer om wat je weet, maar om wat je op kan zoeken. Dat kán niet voor mensen die les moeten geven. Dit is minachting van het vak. Als je een vak op deze manier neerzet, dan gaat alles wat ambitie heeft iets anders doen. Terwijl het zo'n prachtig vak is! Het is zo mooi om kinderen dingen te leren."

- Onderwijzers weten volgens u dus niet genoeg en ze moeten teveel. Wat moet er dan gebeuren?
"De opleidingseisen moeten drastisch omhoog op de pabo. Niet langer drie herkansingen voor een taaltoets, maar goede criteria. Onderwijzers moeten beter worden betaald. Ze moeten worden bijgeschoold op de basisvaardigheden. Beginnende leerkrachten moeten beter begeleid. Geef meer geld aan basisscholen, maar niet vrijblijvend! Ook geen vrijblijvende A- tjes en C-tjes meer. Kinderen moeten weer echte cijfers krijgen."

Intervieuw met Jeanet Meijs in de BN de stem van 5 juni 2007

Wij zijn vóór duidelijke verslaggeving naar ouders, maar dat hoeven niet persé cijfers te zijn. Verder zijn wij het volledig eens met de mening van Jeanet Meijs.

zondag 20 mei 2007

Basisonderwijs gaat voor verbetering

Van Dam zette de resultaten van de 32 Periodieke Peilingen van het Onderwijsniveau (PPON) die toetsinstituut Cito sinds 1986 gehouden heeft, op een rij. Hij constateert dat bij alle vakken de prestaties onvoldoende zijn.
bron het Reformatorisch Dagblad van 24 april jl.



Van Dam is de 1e die aangeeft hoeveel de resultaten in het bao achterblijven. Heeft hij in dit onderzoek rekening gehouden met de kinderen die door WSNS op de basisschool zijn gebleven?

Het primair onderwijs probeert kinderen met oa leerproblemen zoveel mogelijk op de basisschool van goed onderwijs te voorzien, krijg je weer kritiek omdat de resultaten achterblijven.

Laat van Dam nou eens gaan onderzoeken WAARDOOR die onvoldoendes komen. Komt het door de WSNS kinderen? Wordt er te veel of te weinig gedifferentiëerd? Komt het doordat een grote groep kinderen (door afschaffing van de 1 oktober maatregel) te jong van school afgaan? Komt het door het realistische rekenen en doordat 't kofschip niet meer wordt gebruikt? Zijn leerkrachten onvoldoende opgeleid om goed onderwijs te geven? Zijn kinderen sinds 1987 dommer geworden of zijn de klassen te groot in combinatie met kinderen die meer aandacht nodig hebben?

Waarom wordt er nooit gekeken naar het waarom?

Wanneer we het WAAROM weten, dan kunnen we gaan naar oplossingen. Kinderen en leerkrachten hebben er namelijk recht op goed onderwijs te kunnen geven of te ontvangen.